Ikkie Jongsma (50) uit Amsterdam werd begin vorig jaar ziek. ‘Het leek een rotgriep te zijn die maar niet over ging. Ik werkte wel door, maar vooral het laden en lossen werd steeds lastiger. Ik kon steeds slechter ademen, maar ik dacht dat dat door het stof kwam wat bij ons werk vrijkomt. Op een gegeven moment stond ik op mijn benen te trillen. Het landelijk beleid werd toen, dat je bij koorts en griepverschijnselen thuis moest blijven, daarom reed ik niet meer, maar daarna ging het snel bergafwaarts. Mijn huisarts wilde me niet zien, het virus was nog nieuw en hij vond het eng. Toen ik overstapte naar een andere arts, werd ik wel gehoord. Maar ik heb de eerste maanden vooral thuis zitten aanmodderen met het gevoel: wat is dit voor idioterie, kan het nou nooit eens normaal?’

Koortsaanvallen

Kees van Maren (52) uit Zaltbommel werd op 9 januari van dit jaar positief getest op corona. Dat was op een zaterdag. ‘Van woensdag op donderdag had ik heel hoge koorts gekregen, mijn vrouw belde de dokter. Ik had het ook heel benauwd. Ik moest naar de eerste hulp in het ziekenhuis, waar ik meteen aan de zuurstof werd gelegd en allerlei onderzoeken kreeg. Nadat ik op zaal was gelegd – want ik moest blijven – kreeg ik er nog een bacterie in mijn longen bij. Het ging wat beter, tot ik het weekend daarop weer koortsaanvallen kreeg, gedurende drie dagen en nachten. Ik werd naar de Intensive Care-afdeling gebracht, de IC, waar ze me in slaap wilden brengen om me aan de beademing te leggen, maar eerst probeerden ze een reumamedicijn. Dat was mijn redding, want toen zakte mijn koorts heel snel. In die week waren de rellen in Den Bosch, dat gebeurde onder mijn raam. De politie en FC Den Bosch-supporters vormden een bescherming om het ziekenhuis. Het was een heftige periode. Mensen lagen in coma op hun buik op de IC. Dat was een ervaring die ik liever niet had gehad.’

Covid-thuispakket

Kees kreeg een Covid-thuispakket mee. ‘Daar zit van alles in. Zuurstofmeters. Je bloedsuikerspiegel moet je meten, je ademhalingsfrequentie doorgeven, je temperatuur doorgeven, of je hoest of kortademig bent. Dat moeten ze allemaal weten in het ziekenhuis, waar ze me monitoren vanuit een speciaal centrum. Hier in de huiskamer stond een groot zuurstofapparaat waar ik kon opladen als ik tekortkwam. Ik had ook kleine flesjes om mee te nemen als ik ging wandelen of als ik naar de huisarts moest. Drie weken geleden kon ik stoppen met de zuurstof en met het hele pakket. Ik houd alleen nog contact met de huisarts. Ik probeer wel dingen te doen, maar na een half uur moet ik al rusten. Op de vrachtwagen, dat gaat echt niet. De langste afstand die ik kan lopen, is twee kilometer.’

Tekst gaat verder onder de foto.

Voordat Ikkie ziek werd, liep ze tien kilometer per dag, maar nu kan ze geen boodschappentas meer tillen. ‘Rijden lukt gewoon niet, dan krijg ik last van mijn concentratie en mijn zicht. Ik probeerde wel van alles, maar het lukt niet. De ergotherapeut gaf me een dagplanning van helemaal niks, het zelf koken is er ook uitgegooid. Dat ga ik niet meer doen. Dan heb ik nog energie om het naar binnen te schuiven en dan kan ik weer plat. Eergisteren plukte ik de kat van het dak. Ze heeft net een zware operatie gehad en was op het dak geklommen, maar durfde er niet meer af. Ik had mijn man moeten roepen, maar ik dacht dat het wel ging. Ik met een ladder in de weer, haalde die kat van het dak en toen was ik op. Bovenop de ladder dacht ik al: ‘dit had ik niet moeten doen’, maar ja, dan sta je er al. Elke middag naar de fysiotherapie of de ergotherapie is mijn max, en dat is moeilijk te accepteren.’

Facebookgroep

Voor beide vrachtwagenchauffeurs is het moeilijk om niet te kunnen rijden. Kees: ‘Mijn werk is mijn hobby. Een keer per week lunch ik mee op de zaak en op zaterdag drink ik daar nog even een bakje koffie. Dan zie ik mijn auto weer, waar nu iemand anders op rijdt. Daar heb ik best moeite mee. Ze zijn best zuinig op de auto’s, maar ik mis het wel. Als ik weer helemaal hersteld ben, kan ik gewoon terug op mijn eigen wagen. Maar ik moet eerst herstellen. Op zijn vroegst over een half jaar ben ik terug, dat weet mijn baas ook. Dat hebben ze bij de revalidatie ook gezegd. En als ik in de Facebookgroep voor mensen met langdurige coronaklachten zie wat voor terugval zij hebben als ze wat teveel doen . . .’

Tekst gaat verder onder de foto.

‘Dit kan er ook nog wel bij,’ dacht Ikkie toen ze ziek werd: ‘Toen ik 18 was, werd ik moeder. Ik was toen binnenvaartschipper, maar na een periode met tegenslagen stopte ik met varen. Toen was het tijd voor mijn kinderdroom: vrachtwagenchauffeur worden. Het kon niet de bedoeling zijn dat ik depressief op de bank ging zitten. Mijn sport is transport. Nu is het maar hopen dat ik ooit nog weer beter word en kan gaan werken. Ik zou net mijn E achter de C te halen, maar daar kwam ik niet aan toe. Met mijn reïntegratiecoach heb ik afgesproken dat wanneer ik weer aan de slag kan, ik meteen voor de E ga om ook wat lichter werk te kunnen doen.  Ik zit gelukkig in een Facebookgroep waar ik herkenning en erkenning vind. Nu weet ik dat het minder achterlijk is wat mijn lichaam doet dan ik dacht. Ik hang voornamelijk op de bank en luister veel boeken. Ik las altijd veel, maar dat gaat niet meer. Soms vraag ik me af of het ooit weer goed komt.’