Afgelopen oktober deelde de werkgever aan zijn personeel mee dat alle werknemers verplicht met mondkapjes moesten gaan werken met het oog op de corona-epidemie. De chauffeur zag dat niet zitten en weigerde een mondkapje te dragen, ook nadat hierop kritiek van collega’s was gekomen. Hij werd vervolgens op non-actief gesteld door de directie, die vervolgens ook overging tot opschorting van de loondoorbetaling. De werknemer werd verteld dat hij de maatregelen ongedaan kon maken door een mondkapje te dragen en zijn excuses aan te bieden aan zijn collega’s en werkgever.

Dat ging de chauffeur te ver. Hij protesteerde tegen de maatregel en stelde zichzelf beschikbaar voor werk. Via een kort geding eiste hij doorbetaling van zijn salaris en toelating tot zijn werk als vrachtwagenchauffeur. Voor de rechter stelde hij dat de werkgever het instructierecht om hem een mondkapje te laten dragen niet in redelijkheid toepaste, aangezien die voor hem hinder, ongemak en gezondheidsrisico’s opleveren. Ook ziet hij het dragen van het kapje als een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. De werkgever vindt zelf dat hij op grond van artikel 7:660 BW een redelijke instructie aan het personeel had gegeven over het tijdens werktijd dragen van een beschermend mondkapje, omdat hij zo de veiligheid en gezondheid van de werknemers tijdens de pandemie had willen garanderen.

De kantonrechter gaf de directie in zijn vonnis gelijk en stelde voorop, dat het bedrijf eenzijdige instructies mag geven die de werknemer in beginsel moet opvolgen. Van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is ook geen sprake, vindt de rechter. De instructie diende namelijk twee legitieme doelen: enerzijds is de werkgever verplicht de belangen van zijn personeel te beschermen door aan zijn zorgplicht te voldoen. Anderzijds moet de werkgever zijn bedrijfsbelang beschermen, omdat hij onder meer een loondoorbetalingsverplichting bij ziekte heeft. Ook heeft de ondernemer er belang bij om met de instructie één lijn te trekken en niet naar functie te differentiëren. Het dragen van een mondkapje is alleen effectief als alle werknemers zich hieraan houden. Hoewel over de effectiviteit van het mondkapje wordt getwist, is het een maatschappelijk aanvaard middel. De kantonrechter wees er tevens nog eens op, dat de chauffeur zeker 80% van zijn werktijd onderweg is en gedurende deze tijd ontheven is van de mondkapjesplicht. De inbreuk is voor hem gering en daarom werd zijn eis afgewezen.

Bij deze duidelijke uitspraak past nog een kleine toelichting. Zo kan het verplicht dragen van een mondkapje op één lijn worden gesteld met voorschriften over kleding of uiterlijk die worden gegeven met het oog op de veiligheid. De werkgever kan, mits binnen redelijke grenzen, dergelijke voorschriften vaststellen, in het bijzonder als die aansluiten op overheidsbeleid.

De uitspraak had overigens nog een staartje. Begin maart werd de arbeidsovereenkomst op verzoek van het bedrijf door de rechter ontbonden wegens aanhoudend gedoe tussen de werkgever en werknemer.