Dat blijkt uit onderzoek door de Nederlandse claimstichting Unilegion. In de EU hebben ongeveer 30.000 bedrijven hun schadeclaims tegen de fabrikanten achter het truckkartel ingediend. Grote bedrijven, met meer dan 500 medewerkers, zijn volgens Unilegion het meest actief. 79% van hen is een procedure gestart. Bij kleine ondernemers, met minder dan 10 medewerkers, is dat slechts 24%. Van de middelgrote bedrijven in Europa claimde 52% al de geleden schade.

Unilegion baseert zich op een enquête onder bijna 3.500 bedrijven uit Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en Italië. De resultaten laten zien dat grote bedrijven doorgaans goed geïnformeerd zijn en zelfstandig of in zogenoemde classactionrechtszaken geld terug proberen te krijgen van het vrachtwagenkartel. Kleinere bedrijven zijn volgens de stichting veel minder goed geïnformeerd.

Verjaring

Unilegion wijste erop dat inmiddels haast geboden is, omdat er over vier maanden een belangrijke deadline verstrijkt. In veel EU-lidstaten geldt dat vijf jaar na het opleggen van de kartelboete door de Europese Commissie, de claims verjaren. Omdat fabrikant Scania pas later een boete kreeg opgelegd, verjaren die claims nog niet.

Alle grote Europese vrachtwagenbouwers deden mee aan het truckkartel, dat van 1997 tot en met 2011 actief was. Door de illegale prijsafspraken betaalden kopers jarenlang te veel voor nieuwe vrachtwagens. Ook hun verzekeringen, die veelal gebaseerd zijn op de aanschafprijs, vielen daardoor te hoog uit.

In 2016 legde de Europese Commissie kartelboetes op van in totaal bijna drie miljard euro aan Daimler , Iveco, DAF en Volvo/Renault. Scania ontkende aanvankelijk betrokkenheid maar kreeg later toch een boete van bijna 900 miljoen euro.