Dat blijkt uit cijfers van de Europese branchevereniging van auto- en vrachtwagenfabrikanten ACEA. Het ging in Nederland vorig jaar om 41 stekkertrucks, tegen 42 in 2019.

De overgrote meerderheid van de vrachtwagens die in Nederland verkocht werden, had nog altijd een dieselmotor (10.194). Dat is bijna een derde minder dan in 2019. Verder kreeg één koper de sleutels van een nieuwe hybride truck overhandigd. Er werden 284 vrachtwagens op alternatieve brandstoffen en drie benzinetrucks op naam gezet.

De verkoop van elektrische trucks ligt in Nederland iets onder het Europese gemiddelde van 0,5%. Die cijfers worden echter vertekend door de verkopen in Duitsland, waar 852 stekkervrachtwagens verkocht werden (1,2% van het totaal). De top 3 Duitsland, Roemenië en Nederland zijn samen goed voor meer dan 90 procent van de in totaal 1059 elektrische vrachtwagens die in Europa werden verkocht. In twaalf EU-landen kwam er niet één elektrische vrachtwagen bij.

Daling

Het aantal nieuwe elektrische vrachtwagens dat vorig jaar in Europa voor het eerst de weg op ging lag wel een stuk hoger dan de 745 die in 2019 op kenteken werden gezet (+42%). Die stijging komt vooral voor rekening van Duitsland, Roemenië en Zweden. Nederland is samen met Denemarken het enige land waar een daling zichtbaar is.

Behalve volledige elektrische vrachtwagens slaan ook hybride vrachtwagens in Europa nog maar langzaam aan. Die zijn goed voor 0,1 procent van de markt. Alternatieve brandstoffen, in de meeste gevallen is dat gas, behaalden 2,9 procent van de markt.