‘Opa’s timing was niet echt geweldig’, grijnst Jan Peter Müller. Samen met zijn broer Anton is hij de derde generatie van de familie die aan het roer staat bij het bedrijf in Holten, dat zich tegenwoordig specifiek richt op transport en opslag van geconditioneerde levensmiddelen. In die discipline is het inmiddels naar eigen zeggen marktleider in de Benelux.

Afschalen

De actuele crisis, die van de coronapandemie, heeft een forse invloed gehad op het bedrijf. ‘Bij de horeca en de foodservice zie je nu een forse afname, en dat merk je ook bij onze internationale transporten. Maar bij de retail is het dan weer gigantisch geweest. Het is dus heel verschillend per productgroep. Het resulteerde erin dat we wel moesten afschalen met charters.’

‘Die charters hebben de pijn van het afgenomen volume moeten dragen. Het waren echt tientallen charters die we naar huis moesten sturen. Erg jammer, want we voelen dat ze bij ons horen. Het zijn niet zomaar onderaannemers, we hopen ze snel weer te kunnen verwelkomen. We blijven een familiebedrijf.’

muller

Sinds de brexit zijn de activiteiten van Müller naar het Verenigd Koninkrijk toegenomen, vertelt Müller. ‘Dat is enorm gegroeid, we zitten daar tientallen keren per dag. Misschien juist wel door de brexit, doordat andere bedrijven angstig lijken te zijn geworden en daar zijn gestopt. Het was even een heel rommelig gebeuren, maar we zijn goed overeind gebleven. Gelukkig groeien we flink in het onbegeleid transport naar Engeland. Daarmee besparen we ons de ellende van Dover en Calais. Het aantal schades dat we krijgen is wel toegenomen, maar beperkt. Al met al is onze kwaliteit uitstekend overeind gebleven.’

Papierwinkel

Het logistieke bedrijf zegt weinig problemen te hebben met de toegenomen VK-administratie. ‘Nederland is natuurlijk een echte logistieke- en handelsnatie, dus we hebben ons goed voorbereid. Beter dan de Britten in ieder geval. Je ziet bij bepaalde productcategorieën bij de import nog wel wat problemen. Vooral omdat ze het niet goed voorbereid hebben en in Engeland nog een agent zoeken. Maar die hebben geen tijd meer, ze zijn te druk. Ook daar helpt onbegeleid transport ons doorheen. Dan gaan we niet via Calais, maar kunnen we in Rotterdam de papierwinkel afwikkelen. Daar zijn ze veel beter toegerust dan in Calais.’

Toch betreurt Müller de brexit. Hij denkt terug aan de tijd dat hij als 18-jarige op zaterdag vrachtauto’s over de grens zette, toen de Europese grenzen nog niet open waren. ‘Het zal je niet verbazen dat wij EU-fans zijn, dat heeft ons veel gedoe bij de grenzen bespaard.’

muller

Bij Müller werken een kleine duizend mensen. ‘Verspreid over verschillende vestigingen. Ons hoofdkantoor is in Holten, maar we zijn ook gevestigd in Roelofarendsveen – onder de rook van Schiphol – met een diepvrieslocatie voor bijvoorbeeld de Amsterdamse binnenstad, die we van daaruit met busjes bedienen. In Nijkerk hebben we een crossdock-centrum en warehousing en in Lekkerkerk zitten we dicht bij de Rotterdamse haven. Wezep, Wijchen en Kaatsheuvel zijn ook standplaatsen en dan hebben we natuurlijk nog Františkovy Lázně in Tsjechië, waar we zo’n honderd chauffeurs hebben. Onze garagebedrijven zitten in Holten, Lekkerkerk en Duiven.’

Specialiseren

Eind jaren ’90 werd in het hoofdkantoor in Holten besloten om te specialiseren.  ‘Toen mijn vader in de jaren ’60 het bedrijf overnam, hadden we acht auto’s. Hij is toen met overnames begonnen, onder meer in vee- en tanktransport. Het was de tijd dat je alles vervoerde wat er te vervoeren was. We hadden op een gegeven moment zelfs een begrafenisonderneming, een ambulancedienst en een taxibedrijf.’

Specialiseren is een belangrijke beslissing gebleken, maar eentje die niet van vandaag op morgen gebeurde. ‘We waren te divers geworden en dat was niet meer van die tijd. Nu zijn we 100% gericht op koelvers- en diepvrieslogistiek. En daar proberen we steeds meer bij te doen, om producenten en handelaren zo volledig mogelijk te helpen. Ook op het gebied van ompakken, verpakken, value added logistics en services.’

Tsjechië

‘Onze basis is Benelux-distributie. Daar hebben we de meeste toegevoegde waarde en komen we bij vrijwel ieder adres. We hebben vierhonderd auto’s, dus we zitten overal. Internationaal rijden we nu alleen nog maar met koelers. Begin 2000 namen we Woltering uit Vorden over, waardoor we ook veel naar Italië gingen. In die jaren kwam de EU ook op. Dat gingen we qua concurrentiepositie niet alleen redden met Nederlandse chauffeurs, dus toen zijn we een vestiging in Tsjechië gestart in 2004. Daar ontwikkelden we ons de laatste
jaren steeds meer.’

Medewerkers moet je goed opleiden en scholen, vindt Müller. ‘Niet alleen chauffeurs, maar ook planners, IT-medewerkers en de salesmensen. We leiden veel zelf op. Onze chauffeurs hebben mentoren en we nemen ze alleen aan als ze fatsoenlijk Duits of Engels spreken. Ook voor onze Roemeense en Tsjechische chauffeurs hebben we lokale mentoren.’