Het rapport ‘Slimmer werk(en): Een visie van sociale partners op wegvervoer en logistiek 2025’, dat verscheen vlak voor de kerst, geeft een beeld van de arbeidsmarkt in het beroepsgoederenvervoer, een sector die in Nederland aan ruim 150.000 mensen een baan biedt. Bijna 6 op de 10 van hen werken bij bedrijven met meer dan 50 werknemers. Veel van deze bedrijven hebben te kampen met uitstroom veroorzaakt door vergrijzing. De uitdaging is niet alleen om te voldoen aan de vraag naar vervanging van medewerkers die met pensioen gaan, maar ook om groei mogelijk te maken. Die kwestie wordt de komende jaren alleen maar urgenter doordat de instroom van technisch personeel uit mbo-, hbo- en wo-opleidingen daalt. Overigens is door corona de groei van de vraag naar personeel voorlopig omgebogen naar een daling. Het CPB raamt een daling van het aantal arbeidsplaatsen met 7.000 tot 12.000 banen. In het nieuwe jaar zou daar nog een extra verlies van 5.000 arbeidsplaatsen bovenop kunnen komen. Pas daarna zal de sector naar verwachting weer gaan groeien.

Bedrijven in het Nederlandse wegvervoer en de logistiek hebben steeds nadrukkelijker te maken met buitenlandse bedrijven die concurreren op loonkosten. Vooral het internationale vervoer wordt daardoor minder toegankelijk voor Nederlandse ondernemers. Tussen 2008 en 2017 daalde het Nederlandse aandeel in het Europese wegvervoer al van 7,2% naar 4,8% en de opstellers van het rapport schrijven dat dat ‘vlagaandeel’ in het internationale transport de komende jaren verder zal teruglopen. Alleen het bilaterale vervoer tussen Nederland en de omringende landen is voor het grootste deel in handen van Nederlandse kentekens. De binnenlandse markt is in beginsel beter beschermd tegen concurrentie op loonkosten, maar door een gebrek aan handhaving is de regelgeving onvoldoende effectief, zo waarschuwen de auteurs.

Het rapport schetst de uitdagingen en bedreigingen voor de arbeidsmarkt in het wegvervoer en de logistiek in de komende jaren. De opstellers noemen de macro-economische effecten van brexit, corona, politieke verschuivingen en handelsconflicten. Ook de schaalvergroting in de sector, de toenemende impact van online in de detailhandel, demografische verschuiving van de regio naar de grote steden, digitalisering en automatisering, verduurzaming van het wagenpark en congestie komen in het visiedocument aan bod.

Cultuuromslag

Om al die uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, pleiten de werkgevers- en werknemersorganisaties voor slimmer werken, zonder het fundament van de huidige sociale infrastructuur uit het oog te verliezen. Zo roepen zij op tot een cultuuromslag: ‘Zet in op kwaliteit in plaats van op prijs. Maak daarbij gebruik van het proactief toepassen van hoogwaardige technologie. Dit helpt bij de positionering als hoogwaardige sector en maakt de sector ook aantrekkelijker bij de werving van werknemers.’

Daar hoort volgens de partijen ook bij dat het overheidsbeleid zich sterker richt op verantwoord marktgedrag. Zaken als ‘de eis van dienstbetrekking’ en ‘de algemeen verbindend verklaring van de cao’ borgen dat er in de sector veel vaste banen zijn voor zowel hoogopgeleiden als voor laaggeschoolde medewerkers. Die regelgeving zou volgens de schrijvers moeten worden uitgebreid naar alle vormen van goederenvervoer, met name naar de bezorgmarkt.

Uitstroom

Om personeelstekorten tegen te gaan, moet de sector verder meer aandacht besteden aan de balans tussen werk en privé, ruimte voor mensen die in deeltijd willen werken, scholingsmogelijkheden en preventie van arbeidsongeschiktheid. ‘De sector moet in weerwil van de uitstroom op korte termijn blijven investeren in opleiding van nieuwe mensen, omdat op langere termijn weer krapte dreigt’, stellen de auteurs. ‘Dat begint met behoud van mensen die in de coronacrisis hun baan dreigen te verliezen. Voorkom dat die mensen verloren gaan voor de sector.’

Het rapport is in opdracht van de sociale partners TLN, VVT, FNV en CNV opgesteld als vervolg op de in 2009 verschenen studie ‘Wegvervoer en logistiek Visie 2015’, die destijds belangrijke thema’s voor sociale partners in de sector in kaart bracht. Volgens de partijen is dankzij de studie van destijds de beschikbare arbeidsmarktinformatie bij sociale partners verbeterd, wat uiteindelijk leidde tot 15,6 miljoen euro aan cofinanciering van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het sectorplan voor instroom, behoud en duurzame inzetbaarheid van werknemers.

Elisabeth Post, voorzitter TLN

‘Het is nog onduidelijk hoe zwaar de economie zal lijden onder de coronacrisis en wanneer Nederland weer uit het dal kruipt. Met een flink pakket aan maatregelen willen werkgeversorganisaties en vakbonden de gevolgen van de coronacrisis op de arbeidsmarkt aanpakken. Uit de toekomstvisie blijkt dat slimmer werken belangrijk is om de concurrentiepositie te verbeteren. Digitalisering helpt daarbij. Door omscholing kunnen bedrijven meer focus leggen op data, IT en kunstmatige intelligentie. Die slimme, digitale oplossingen maken de sector bovendien weerbaarder tegen ongewenste negatieve effecten van de plat­formeconomie. Ook ondersteunen ze de sector in de verduurzamingsopgave. Daarvoor is schaalgrootte vereist die het midden- en kleinbedrijf met samenwerking kan realiseren.’

Willem Dijkhuizen, bestuurder FNV Transport & Logistiek

‘Als het gaat om slimmer werken is het van belang tegemoet te komen aan veranderende eisen uit een krapper wordende arbeidsmarkt. Naar verwachting zijn er over anderhalf jaar, als het herstel na de coronacrisis wordt ingezet, weer medewerkers nodig. Daarom moeten we nu zorgen dat medewerkers behouden blijven voor de sector, mede gezien de vergrijzing en uitstroom in de komende jaren. Tegelijkertijd biedt de coronacrisis ook kansen om mensen uit andere sectoren voor de transport- en logistieke sector op te leiden. Dit zorgt ervoor dat de sector goed is voorbereid op de toekomst in aantallen en kwaliteit van de medewerkers.’

Tjitze van Rijssel, bestuurder CNV Vakmensen

‘Om personeel duurzaam inzetbaar te houden, uitstroom van personeel te voorkomen en nieuwe doelgroepen te bereiken, is het van belang in te spelen op de juiste balans tussen werk en privé. Hiervoor moet bijvoorbeeld werken in deeltijd worden gefaciliteerd. Onder andere met kunstmatige intelligentie is het werk voorspelbaarder te maken en daarmee beter te organiseren.’