De noodzaak om samen te werken met derde partijen ontbreekt in het wegtransport, en daardoor komen ­online platforms niet van de grond, zo luidde de conclusie toen deze krant ruim een jaar geleden een commentaar wijdde aan de opkomst van de platformeconomie. ‘Het probleem is dat logistiek een zeer dynamisch proces is waarbij leveringszekerheid en betrouwbaarheid van groter belang zijn dan een ritje meer of minder,’ zo heette het toen. ‘Voor verladers is het belangrijker dat hun product op tijd op de plaats van bestemming is, dan dat de beladingsgraad in een vrachtwagen of magazijn verhoogd wordt.’

De vraag is nu of de wereld intussen zodanig veranderd is dat de platformeconomie wél kan beklijven. Verzekeraar TVM en de onderzoekers van Panteia denken inderdaad van wel. Sterker nog, het succes van platforms is volgens hen mede te danken aan het gebrek aan samenwerking, flexibiliteit, onderling vertrouwen en transparantie in de transportsector.

Een voorbeeld: het platform STL is in het leven geroepen om de samenwerking te starten tussen branches waar door corona een tekort is aan chauffeurs en sectoren waar truckers juist met de armen over elkaar zitten. De auteurs schrijven dat ook andere kapitaalplatforms, kennisplatforms en matchingplatforms het op dit moment goed doen, doordat het in crisistijd extra belangrijk is geworden om efficiënt te werken.

Efficiëntie

Online platforms werken elk net weer een beetje anders, maar ze hebben gemeen dat ze inefficiënties in de keten proberen weg te nemen. De meeste platforms doen dat door ongebruikte capaciteit te ontsluiten. Door de opkomst van digitale vrachtmakelaars hoeven transportbedrijven niet meer zelf zorg te dragen voor retourvrachten of aansluitende vrachten, waardoor leeg terugrijden na een levering kan worden voorkomen. Bekende online platforms als Quicargo, Uber Freight en Transporeon werken op deze manier.

Een tweede categorie is wat de auteurs margeverbetering door betere benutting noemen. Door voertuigen, chauffeurs en warehousing onderling uit te wisselen, kunnen bijvoorbeeld seizoendips worden beperkt en hoeven bedrijven minder te investeren in een flexibele schil. De auteurs onderscheiden nog een derde categorie: platforms die via data-analyse helpen om bijvoorbeeld rijprestaties, planning en brandstofverbruik te optimaliseren.

Het Duitse Sennder geldt als een van de groeidiamanten in de Europese logistieke platformeconomie. De digitale vrachtmakelaar heeft stevige groeiambities en wil in 2024 1 miljard euro omzet boeken. Die opmars wil het niet alleen via autonome groei bewerkstelligen, maar ook via overnames. Zo nam het onlangs de Europese tak van Uber Freight over. Eerder al nam het de online platforms Innroute uit Spanje Everoad uit Frankrijk over. Opvallend genoeg richt de jonge directie van het bedrijf haar pijlen nu op acquisities in de traditionele expeditiemarkt. Via die weg probeert Sennder meer verladers aan zich te binden en daarmee de omzet te vergroten.

Het voorbeeld van Sennder toont aan hoe belangrijk het is voor een platform om snel op te kunnen schalen. Volgens Panteia is het zelfs een van de belangrijkste succesfactoren. Het is een zelfversterkend effect: hoe meer gebruikers deelnemen, hoe groter de voordelen van het platform en hoe aantrekkelijker het wordt voor nieuwe partijen.

Schaalgrootte

Dat het juist Sennder lukt om deze groeistappen te maken, is niet verwonderlijk. Onder de aandeelhouders zijn Scania, Uber en een aantal durfkapitalisten, waardoor Sennder niet alleen kennis, maar ook veel kapitaal achter zich heeft. Dat het ook anders kan lopen, blijkt uit het verhaal over de teloorgang van Synple. Dit platform wilde ongebruikte capaciteit benutten door vervoerders en verladers met elkaar en onderling te laten samenwerken. Ondanks forse kapitaalinjecties moest het bedrijf in 2018, drie jaar na de start, noodgedwongen stoppen. Het lukte eenvoudigweg niet om snel voldoende schaalgrootte te bereiken.

Voorbeelden van platforms die sneuvelen dragen niet bij aan de acceptatie ervan. Volgens Panteia is de angst om vast te zitten aan een platform waarmee het slecht gaat, een terechte. Overstappen kan vaak niet zomaar en is voor deelnemende transporteurs gevaarlijk omdat ze dan toegang tot belangrijke data verliezen.

Een ander risico is dat vervoerders een deel van hun zichtbaarheid inleveren. Het klantcontact verschuift immers naar de platforms en het aantal taken dat transportbedrijven uitvoeren voor klanten neemt af. Tenslotte is er nog het risico dat door toenemende concurrentie en transparantie en de tussenkomst van het platform de tarieven onder druk komen te staan.

Aansprakelijkheid

Een vaak nog onopgelost probleem in de platform­economie is de vraag waar de risico’s neerslaan. Veel online platforms wijzen elke vorm van aansprakelijkheid af. Dat is logisch, want in het transportrecht wordt niet gesproken over platforms, alleen over vervoerders en verladers. Bij incidenten beperken platforms zich veelal tot het melden van de fout bij de verlader. vervolgens staat de vervoerder er vaak alleen voor om de fout op te lossen, zo constateren de opstellers van het rapport.

Digitale platforms zijn een van de belangrijkste gamechangers van dit moment, stellen de rapportschrijvers. Ondanks de schaduwkanten zal de platformeconomie ook in het transport belangrijker worden. Traditionele businessmodellen komen onder druk te staan, waardoor bedrijven eigenlijk geen andere keus hebben dan de platformeconomie te omarmen, stellen zij.

Een universeel antwoord is er echter niet, stelt Thomas van Noort van TVM in het rapport. ‘Het is niet simpelweg “ja, meedoen” of “nee, doe het niet”. We zien wel degelijk kansen in platforms, bijvoorbeeld als het om lege ritten gaat, en het is altijd goed om te kijken naar jouw toegevoegde waarde in de transportketen. Maar er zijn ook risico’s. Als je er te diep in zit, kom je er niet meer uit.’

Er is ook nog een andere manier om met de verplatformisering van de sector om te gaan. Dat is door de impact ervan zoveel mogelijk te reduceren. Bedrijven die zelf meer toegevoegde waarde bieden in de vorm specialistische kennis of middelen, zijn minder gevoelig voor de opkomst van digitale platforms.