Met het ‘arrest AFMB’ van het Europese Hof van Justitie lijkt de zogenoemde ‘Cyprusroute’ voor wegtransporteurs nu toch echt een doodlopende weg te worden. Al is het bepaald niet voor het eerst dat het op Cyprus gevestigde uitzendbureau AFMB van een instantie te horen krijgt dat de constructie niet door de beugel kan. Al sinds het uitzendbureau in 2010 werd opgericht, ligt het initiatief onder vuur.

Grenzen toelaatbare

Het opzoeken van de grenzen van het toelaatbare was tien jaar geleden al de grondhouding waarmee AFMB werd opgericht. De door het bedrijf geformuleerde doelstelling was om met een zo gunstig mogelijke uitleg van de Europese regelgeving wegtransportbedrijven in staat te stellen om de concurrentie met Oost-Europese bedrijven aan te gaan en administratieve lastendruk te verlichten. Het bedrijf, gevestigd in een kantoorverzamelgebouw in de Cypriotische kustplaats Limassol op een steenworp afstand van de Middellandse Zee, bestrijdt zelf overigens een uitzendbureau te zijn. Het noemt zichzelf het liefst ‘De Uitvinder’ en stelt actief te zijn op het gebied van transportmanagement en fleetmanagement.

Door vrachtwagenchauffeurs en trucks in te huren via AFMB, konden Nederlandse wegvervoerders de afgelopen jaren pakweg een kwart besparen op de loonkosten. Hoewel de desbetreffende chauffeurs bijna allemaal op adressen in Nederland woonden, betaalde AFMB voor hen premies en belasting in Cyprus in plaats van in Nederland. Zowel kleinere familiebedrijven als grote spelers maakten van de mogelijkheden van het bureau gebruik, al is AFMB geen onderneming die te koop loopt met referenties. Het bureau beloofde zijn klanten discretie. PvdA-kamerleden deden jaren geleden al de oproep om de Cyprus-route te laten verbieden. Ook Transport en Logistiek Nederland (TLN) sprak zich uit tegen de constructie, maar volgens het uitzendbureau zelf zijn transportbedrijven en chauffeurs altijd dik tevreden geweest. AFMB laakte de kritiek van ‘falende overheden, visieloze politici en stuiptrekkende vakbonden’.

Het uitzendbureau is er sinds de oprichting steeds heilig van overtuigd geweest dat het de randen van de wet kon opzoeken zonder over de schreef te gaan, maar het Europese Hof van Justitie is bepaald niet de eerste gerechtelijke instantie die daar toch een heel andere kijk op heeft.

Naheffing

Zo bepaalde de kantonrechter in Leeuwarden vier jaar geleden al dat het uitzendbureau een naheffing van 360.000 euro plus rente moest betalen aan het bedrijfspensioenfonds voor het beroepsvervoer. Het bureau tekende beroep aan, maar afgelopen maart bepaalde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat AFMB wel degelijk pensioenpremie voor de chauffeurs moet betalen.

En in het nieuwe arrest van het Europees Hof van Justitie wordt nu formeel gesteld dat ‘de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing lijkt te zijn’ op de via AFMB ingehuurde chauffeurs. De chauffeurs woonden vrijwel allemaal in Nederland, werden door Nederlandse transportbedrijven zelf geselecteerd en in dienst genomen en werkten vervolgens voor rekening en risico van die ondernemingen, aldus het Hof.

Sommigen van de betrokken vrachtwagenchauffeurs werkten zelfs al voor de bewuste transportbedrijven vóórdat ze arbeidsovereenkomsten met AFMB sloten, zo heeft het Europese Hof vastgesteld. ‘Voorts werden de loonkosten voor de betrokken chauffeurs de facto, via de aan AFMB betaalde commissie, gedragen door de vervoersondernemingen,’ aldus het Hof. Bovendien ‘leken de vervoersondernemingen feitelijk bevoegd te zijn om die chauffeurs te ontslaan.’

Nederlandse wortels

AFMB stelt een Cypriotische onderneming te zijn die onder het Cypriotische recht valt, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden merkte afgelopen voorjaar al op dat het bedrijf zelf bepaald niet geheimzinnig doet over zijn Nederlandse wortels. Klanten worden op de website van de onderneming toegesproken in vloeiend Nederlands: er is geen woord Cypriotisch bij.

Het hof Arnhem-Nijmegen voerde als bewijsmateriaal verder onder meer een uitzending aan van het televisieprogramma Businessclass, het interviewprogramma waarin Harry Mens ondernemers in het zonnetje zet.

De coo van AFMB beaamde in een uitzending van het programma in 2013 zelf dat het bedrijf zich focust op de Nederlandse markt toen hij vertelde dat AFMB chauffeurs inzet bij Nederlandse transportondernemingen om die Nederlandse bedrijven in staat te stellen om kosten te besparen, aldus de rechter.

De vrachtbrieven die het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder ogen kreeg, vermeldden bovendien bijna allemaal een Nederlandse plaats voor aflevering of ontvangst, terwijl er zelfs een aantal vrachtbrieven voor nationaal transport binnen Nederland bij zat.

Feitelijk gezag

Het Europees Hof hield op zijn beurt de bewoordingen ‘werkgever’ en ‘personeel’ in allerlei documentatie onder de loep, maar kwam tot de conclusie dat er niet louter naar papier moet worden gekeken, maar vooral naar wie feitelijk het gezag over een werknemer heeft en wie feitelijk de loonkosten draagt. En het hof in Luxemburg kwam bij het volgen van dat spoor op hetzelfde uit als de Arnhems-Leeuwardense rechter. De chauffeurs luisteren naar Nederlandse bazen die bovendien hun loonkosten dragen, en dus is het volgens het Hof logisch als ook de premies in Nederland worden afgedragen.