De uitspraak van het hof brengt een definitieve overwinning voor de Sociale Verzekeringsbank, die al jaren juridisch in de clinch ligt met het Cypriotische uitzendbureau, in elk geval een stap dichterbij. Ook in Nederland werd AFMB al verschillende keren door rechters in het ongelijk gesteld. De kantonrechter in Leeuwarden bepaalde vier jaar geleden al dat het uitzendbureau een naheffing van 360.000 euro plus rente moest betalen aan het bedrijfspensioenfonds voor het beroepsvervoer, maar AFMB zette de juridische strijd voort.

Ingehuurde chauffeurs

Het Europees Hof van Justitie stelt formeel dat ‘de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing lijkt te zijn’ op de via AFMB ingehuurde chauffeurs. De desbetreffende chauffeurs, vrijwel allemaal in Nederland woonachtig, werden door de Nederlandse transportbedrijven zelf geselecteerd en in dienst genomen en werkten vervolgens voor rekening en risico van die ondernemingen, aldus het Hof.

Sommigen van de chauffeurs werkten zelfs al voor de bewuste transportbedrijven vóórdat ze arbeidsovereenkomsten met AFMB sloten. ‘Voorts werden de loonkosten voor de betrokken chauffeurs de facto, via de aan AFMB betaalde commissie, gedragen door de vervoersondernemingen,’ aldus het Hof. ‘Tenslotte leken de vervoersondernemingen feitelijk bevoegd te zijn om die chauffeurs te ontslaan.’