In Brussel wordt al jaren gesproken over hervorming van het wegvervoer. In de sector is sprake van oneerlijke concurrentie en sociale dumping, waarbij regelmatig onderbetaling van chauffeurs plaatsvindt. Europa wil deze praktijken een halt toeroepen en denkt dat het met het Mobiliteitspakket hiervoor een goed instrument in handen heeft. De voorbije jaren waren de meningen echter verdeeld. Met name tussen Oost- en West-Europa botste het nog weleens.

Het lijkt er nu echter op dat er toch een akkoord komt. Na de recente goedkeuring van de transportcommissie, waarbij het voorstel ongewijzigd bleef ondanks 82 amendementen, is er nog slechts één stap die genomen moet worden: de definitieve instemming van het Europees Parlement. Deze stemt waarschijnlijk in juli over het Mobiliteitspakket. De verwachting is dat het voorstel ook daar een meerderheid krijgt, al is dat gezien de grillige geschiedenis van het Mobiliteitspakket geen uitgemaakte zaak.

Kritiek

Enkele onderdelen van het pakket kregen de afgelopen maanden kritiek. Zo hebben diverse Oost-Europese landen bezwaren geuit tegen de regels die stellen dat vrachtwagens elke acht weken terug moeten naar het ‘operationeel centrum’ van het bedrijf. Volgens de criticasters zorgt dit voor veel extra lege kilometers, wat negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Ook de beperking van cabotage stuit op weerstand, onder meer van Belgische vervoerders, waarvan velen voor een aanzienlijk deel afhankelijk zijn van de opbrengst van cabotageritten.

De huidige regels voor het caboteren worden in het pakket aangescherpt. Weliswaar mogen transporteurs volgens de nieuwe regels nog steeds in zeven dagen tijd met dezelfde vrachtwagen in een bepaald land drie ritten uitvoeren. Maar tussen twee periodes van zeven dagen moet voortaan een cabotagepauze van vier dagen zitten. Uiteraard heeft dit grote gevolgen voor deze groep transporteurs.

Het Mobiliteitspakket brengt dus ook een terugkeerverplichting met zich mee. Niet alleen voor vrachtwagens, maar ook voor chauffeurs. In de nieuwe regels staat dat vervoerders de werkzaamheden voor hun chauffeurs zó moeten inrichten, dat ze elke drie of vier weken terug naar huis kunnen.

Postbusfirma’s

Het gebruik van postbusfirma’s wordt ook aan banden gelegd. Als een bedrijf in een bepaald land gevestigd wil zijn, moet het daar ook ‘substantiële activiteiten’ hebben. Tevens komt er een verplichting voor bestelbusjes van meer dan 2,5 ton om een tachograaf aan boord te hebben. Dit omdat deze voertuigen vaak worden gebruikt voor grensoverschrijdend goederenvervoer.

Als het parlement de regels inderdaad goedkeurt in juli, volgt de officiële publicatie ervan. Na deze publicatie duurt het slechts twintig dagen voordat de regels omtrent de verplichte terugkeer van chauffeurs van kracht worden. De meeste andere regels worden achttien maanden na publicatie van kracht. Hoeveel tijd er zit tussen de eventuele goedkeuring van het parlement en de officiële publicatie van de nieuwe regels, is niet bekend.

Wilt u alles weten over de nieuwe regels in het Mobiliteitspakket, wanneer ze van kracht worden en welke gevolgen ze hebben voor uw bedrijf? Schrijf u dan in voor Multimodaal Online 2020. Tijdens dit online evenement staan we op vrijdag 26 juni uitgebreid stil bij het Mobiliteitspakket en de impact hiervan op het wegtransport. Kijk voor meer informatie op www.multimodaal.nl/.