De vakbond wilde de gevolgen peilen van de covid-19-pandemie voor medewerkers bij transport- en logistieke bedrijven. FNV vroeg onder meer naar de inkomenssituatie van de personeelsleden, de onzekerheid over hun eigen baan en de zorgen over het voortbestaan van hun werkgever.

Op de vraag of het inkomen in april 2020 lager was dan in januari van dit jaar, antwoordde zo’n 32% dat ze er inderdaad op achteruit waren gegaan. Voor de meesten bleef dat ‘beperkt’ tot een daling van minder dan vijfhonderd euro. Echter, 8,6% van de ondervraagden gaf aan netto ruim vijfhonderd euro minder inkomen te hebben ontvangen in april dan in januari.

Een klein deel (6,6%) ging er qua inkomen juist op vooruit door het coronavirus. Om hoeveel extra inkomsten het gaat, is niet gespecificeerd. Ook is niet duidelijk in welke sectoren de ‘stijgers’ actief zijn. Mogelijk gaat het om medewerkers van logistieke bedrijven in bijvoorbeeld de supermarkt- en farmaceutische branche. Beide sectoren zagen de activiteiten toenemen toen de coronacrisis half maart in volle hevigheid uitbrak. Een meerderheid van ruim 60% meldt niet of nauwelijks gevolgen te hebben gezien voor zijn of haar loon door de pandemie.

Overuren

De oorzaak van het lagere loon bij één op de drie medewerkers hangt mogelijk deels samen met de vermindering van het aantal gewerkte overuren. Uit de enquête blijkt dat bijna 42% van de ondervraagden in april minder overuren maakte dan drie maanden eerder. Het aantal personeelsleden dat juist meer overuren werkte, lag in april op ruim 12%.

De vakbond vroeg ook of medewerkers zich zorgen maakten over hun eigen financiële toekomst. Van de bijna zeshonderd deelnemers gaf 32,4% aan hier inderdaad zorgen over te hebben of te hebben gehad. Dit percentage ligt, niet verrassend, zeer dicht bij het aantal werknemers dat een lager inkomen had in april.

Zorgen over baan of bedrijf

Door de coronacrisis hebben veel bedrijven het moeilijk gekregen. Ook in de logistiek waren er deelsectoren die harde klappen kregen. Bekende voorbeelden hiervan zijn transporteurs die werken in de sierteeltsector, de evenementenlogistiek en de bevoorrading van horecabedrijven. De vakbond vroeg daarom ook naar de onzekerheid die medewerkers voelen over een mogelijk ontslag.

Bijna één op de vijf (19,7%) antwoordde inderdaad zorgen te hebben over zijn of haar eigen baan. Een kleine minderheid van de deelnemers (7,7%) werkt voor een bedrijf dat daadwerkelijk personeel heeft ontslagen in de periode vanaf 1 maart, terwijl 1,2% zelf zijn of haar baan is kwijtgeraakt. Onzekerheid over een mogelijk faillissement van de werkgever is er ook: 20,8% van de personeelsleden gaf aan zich zorgen te maken over het voortbestaan van het bedrijf.

Staatssteun

Om bedrijven in deze moeilijke tijd overeind te houden, heeft het kabinet diverse steunmaatregelen ingevoerd. Eén ervan is de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid, ook wel de NOW-regeling genoemd. Deze maatregel is bedoeld voor bedrijven die door de crisis te maken krijgen met een forse terugval van de omzet.

Om te voorkomen dat deze gedupeerde bedrijven massaal hun personeelsleden gaan ontslaan door de, naar men hoopt tijdelijke, terugval van opbrengsten, draagt de overheid bij aan de loonkosten die de getroffen werkgevers moeten betalen.

De vakbond verbaast zich erover dat veel bedrijven richting hun medewerkers niet communiceren of ze deze regeling al dan niet benutten. Uit de enquête blijkt dat twee op de drie geënquêteerden niet weet of hun werkgever een aanvraag voor de regeling heeft gedaan. ‘Je mag toch verwachten dat werkgevers hun werknemers op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Kennelijk gebeurt dat bij een groot aantal bedrijven niet of onvoldoende’, aldus FNV in een toelichting.

Belangrijk om te vermelden: 80% van de ondervraagden werkt bij een bedrijf dat vijftig of meer werknemers heeft. Personeelsleden van de grotere werkgevers zijn dus oververtegenwoordigd in de enquête, aangezien de transportsector ook zeer veel kleinere bedrijven kent.

Coronaproblemen bij werkgevers stabiliseren

Niet alleen werknemersvertegenwoordigers peilen de stemming onder hun leden, ook brancheverenging TLN hield recentelijk diverse enquêtes, de zogeheten Coronamonitor. Eind mei bracht de transporteursvereniging nieuwe resultaten naar buiten van de situatie bij werkgevers in transport, logistiek en expeditie. Ten opzichte van een eerdere peiling die begin mei is gehouden, waren er slechts enkele verschillen te melden.

Zo groeide het aantal bedrijven dat verwacht afscheid te moeten nemen van werknemers van 11 naar 15%. Dat betekent dat nog altijd 85% van de deelnemende bedrijven ervan overtuigd is dat de covid-19-problematiek bij hen niet leidt tot verdere ontslagen.

Ook het aantal bedrijven dat te maken heeft gekregen met een daling van de opbrengsten is stabiel gebleven gedurende de maand mei en schommelt rond de 70%. Hierbij wordt de omzet tussen 1 maart 2020 en het moment van peilen (tweede helft van mei) vergeleken met de omzet van dezelfde periode vorig jaar. Het gemiddelde omzetverlies bedraagt 28,4%, al benadrukken de onderzoekers dat de verschillen tussen de bedrijven zeer groot zijn. Zo zijn er gevallen bekend van transporteurs die 70 tot 90% van hum omzet zagen verdampen in een paar weken tijd, terwijl er ook bedrijven zijn die slechts lichtjes zijn geraakt.

Waar wel een stelselmatige stijging waarneembaar is, is in het aantal werkgevers dat gebruikmaakt of verwacht gebruik te maken van de steunmaatregelen van het kabinet. Aanvankelijk gaf één op de vier bedrijven aan hier gebruik van te maken. Inmiddels is dat gestegen naar bijna één op de drie (31%).