Het drukvat is van binnenuit met titanium bekleed en zal ingezet worden in de Russische mijnindustrie om onder hoge druk en dito temperatuur goud te winnen uit erts. Aan het immense gevaarte is meer dan twee jaar gewerkt. Vijftien productiemedewerkers van Coek Engineering uit het Belgisch Geel hebben gedurende twee jaar het beste van hun tijd gegeven aan de productie. Tegenover de ruim 30.000 manuren staat een prijskaartje van meer dan 10 miljoen euro.

Niet alleen de productie was een zaak van lange adem, ook de organisatie van het transport ging niet over één nacht ijs. Het Nederlandse Mammoet was verantwoordelijk voor het Europese traject. Talloze SPMT’s (Self Propelled Modular Transporters) werden onder de mastodont gereden, waardoor de combinatie in totaal dertig aslijnen (dubbel gereden) telde en de massa evenredig verdeeld was. Vanuit Geel is het drukvat naar het Albertkanaal gereden om vervolgens met een inrijponton naar Antwerpen af te zakken.

Hier stonden twee kranen met een capaciteit van duizend ton klaar om het drukvat daags na Hemelvaart op de ‘MV Svenja’ te laden, het vlaggenschip van de Duitse zware-ladingspecialist SAL. Eenmaal aan boord stopten de verantwoordelijkheden van Coek, en gingen de transportzorgen over naar de Russische gouddelver Polymetal, de koper.

Vanuit Antwerpen gaat de Belgische productie naar de haven van De Kastri in Oost-Rusland en vanuit daar reist de lading over de rivier de Amur naar zijn eindbestemming, Amursk. Voor de reis zijn vijftig dagen uitgetrokken. Saillant detail: De Amur is slechts een klein deel van het jaar bevaarbaar voor zware transporten. Het waterpeil fluctueert enorm, waarbij het risico op laagwater vanaf de tweede helft van augustus erg toeneemt.

Ilse Vanlommel, voorzitter van de Coek Group: ‘Als onze productie vertraging had opgelopen en niet deze maand verscheept had kunnen worden, had het hier nog een jaar in opslag moeten blijven staan.’