Op 31 oktober 2015 werden de directeur en enkele mede-verdachten aangehouden. Zij worden ervan verdacht het betreffende transportbedrijf te hebben gebruikt als dekmantel voor cocaïnehandel richting het Verenigd Koninkrijk en Scandinavië.

Het bedrijf kwam onder de aandacht doordat de directeur over zeer luxe goederen en sieraden beschikte, terwijl hij aan de fiscus opgaf dat hij een inkomen op bijstandsniveau had. Tevens sprong in het oog dat het bedrijf was opgericht op het dieptepunt van de kredietcrisis. Maar in tegenstelling tot concurrerende transportbedrijven die massaal failliet gingen, floreerde het bedrijf uit Zeewolde juist.

Tijdens de zitting die dinsdag plaatsvond, zeiden de officieren van justitie: ‘Wat begon met één vrachtauto, breidde in drie jaar tijd flink uit. In 2015 bedroeg de jaaromzet bijna een miljoen euro. Dat is tegen de economische stroom van de jaren 2008 tot en met 2013 in.’

Mede-verdachten

Naast de 50-jarige hoofdverdachte uit Zeewolde werd ook de 49-jarige levenspartner gearresteerd. Tegen de vrouw, die de administratie van het bedrijf voor haar rekening nam, is vijf maanden celstraf geeist.

Tegen twee chauffeurs (59 en 63 jaar) van het transportbedrijf eiste het OM vijftien maanden gevangenisstraf. Een derde chauffeur die tevens mededirecteur is (43) hoorde het OM een geldboete van 450 euro tegen zich eisen voor het voorhanden hebben van een taser.

De strafeis van het OM tegen het transportbedrijf bestaat uit een geldboete van 75.000 euro én een boete van 5.000 euro voor het niet voeren van een kasboek. Ook vindt het OM dat de ontneming van drie ton, om precies te zijn 332.914.05 euro, wederrechtelijk verkregen voordeel op zijn plaats is.

Oneerlijke concurrentie

‘In deze strafzaak wordt zichtbaar hoe onder- en bovenwereld zich vermengen, doordat crimineel geld in een ogenschijnlijk ‘normaal’ bedrijf wordt geïnvesteerd’, aldus het Openbaar Ministerie. Het OM vindt dit om verschillende redenen zeer laakbaar.

‘Niet in de laatste plaats omdat op deze manier sprake is van het verzieken van de transportsector, doordat bonafide bedrijven door deze vorm van concurrentievervalsing de markt uit worden gedrukt: Zij moeten hogere prijzen rekenen om minimaal kostendekkend te kunnen werken en kunnen niet opboksen tegen een bedrijf dat in stand wordt gehouden en zelfs groeit doordat crimineel geld het bedrijf binnenstroomt.’