Het eerst geval betreft het transport van Nederland naar Duitsland van een lading elektronica. Een expediteur geeft een Nederlandse vervoerder opdracht voor dit transport. Deze besteedt het transport vervolgens weer uit aan een andere Nederlandse transporteur en deze plaatst het transport op een digitale vrachtuitwisselingsbeurs. Hierop reageert een vervoerder, die bekend was bij het vrachtplatform en deze voert het transport naar Duitsland uit.

Enkele dagen nadat de lading afgeleverd had moeten zijn, meldt de ontvanger zich bij de verkoper met de vraag wanneer de goederen worden afgeleverd. De verkoper wendt zich vervolgens tot de expediteur en deze neemt weer contact op met de door hem ingeschakelde vervoerder en zo gaat men de gehele transportketen af. Het laatste bedrijf weet van niets en alles wijst erop, dat men vermoedelijk het slachtoffer is geworden van een zogenaamde identiteitsfraude, waarbij een transportcrimineel zich op de site van de vrachtbeurs heeft voorgedaan als de gerenommeerde vervoerder. De lading is verdwenen met als resultaat een schade van meer dan 200.000 euro.

Het tweede geval betreft een diefstal van een container met motorhelmen. De expediteur in kwestie geeft opdracht aan een vervoerder deze container op te halen bij de terminal. Ook deze transporteur besteedt dit transport weer uit aan een andere vervoerder, welke om wat voor reden dan ook de container op vrijdagmiddag ophaalt bij de terminal met de bedoeling deze af te leveren op maandag. In het weekend wordt deze container gestolen. De totale waarde van de ontvreemde motorhelmen bedraagt rond de 80.000 euro.

De uiteindelijk ingeschakelde wegvervoerder beweert bij hoog en laag, dat de vrachtwagencombinatie met de container gedurende het weekend op een afgesloten terrein heeft gestaan. Onderzoek aan de hand van onder andere camerabeelden wijst echter uit, dat de vrachtwagencombinatie onbewaakt langs de openbare weg heeft gestaan. Een deel van de helmen kon inmiddels weer worden achterhaald, omdat de dieven tegen de lamp liepen toen ze deze aanboden.

Het derde en laatste geval was weer een diefstal van een partij elektronica. Ook hier wordt de container op vrijdagmiddag opgehaald door de vervoerder om deze op maandag uit te leveren. De chauffeur koppelt het chassis met container af op een onbewaakte parkeerplaats en is dan ‘verbaasd’ als hij maandag op dit parkeerterrein arriveert het chassis inclusief container zijn verdwenen. De schade bedraagt dit keer ongeveer 400.000 euro. Ik vraag mij wel eens af als ik met deze diefstallen wordt geconfronteerd of je als wegvervoerder wel goed bij je hoofd bent om een dergelijke kostbare lading op deze wijze achter te laten en of het wel toeval is geweest, dat de dieven per ongeluk deze container hebben gestolen.

Al met al blijkt dat de transportcriminelen in deze coronatijden zeker niet thuiszitten.

Cor van maurik