Van Nieuwenhuizen sluit zich aan bij de snoeiharde kritiek van het BIT en schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat Rijkswaterstaat zelf ook vindt dat Air-Bim te complex werd. Alleen lopende proefprojecten worden nog voortgezet. Het ministerie gaat bekijken welke bestaande systemen binnen Rijkswaterstaat nog wel kunnen worden samengevoegd.

Bibliotheek

Ook bekijkt de dienst of het paradepaardje van het project, de zogenoemde ‘bibliotheek van objecten’ in leven kan worden gehouden. Pas als duidelijk is dat die beter werkt dan bestaande systemen, wordt het project voortgezet. Hoeveel geld Air-Bim tot nu toe heeft gekost, is niet helemaal duidelijk. Tot 2019 is er 23 miljoen aan uitgegeven, voor de periode tot 2022 is er 35 miljoen voor beschikbaar. Welk deel van dat budget al is uitgegeven, kon het departement niet zeggen.

BIM staat voor Bouwwerk Informatie Management en had volgens Rijkswaterstaat een belangrijk middel moeten worden om informatie over bouwwerken beter uit te wisselen met aannemers en andere leveranciers. AIR staat voor Areaal Informatie Rijkswaterstaat, volgens Rijkswaterstaat ‘een veranderprogramma dat zich richt op het structureel verbeteren van de informatievoorziening’.

Een van de grootste probleemgevallen is volgens het BIT die ‘bibliotheek van objecten’, een gedetailleerd overzicht van alle bruggen, tunnels, sluizen, maar ook de bomen en lantaarnpalen waar Rijkswaterstaat voor verantwoordelijk is. Dat had zo moeten worden opgebouwd dat alle gebruikers, zo’n vierduizend ambtenaren van Rijkswaterstaat en tientallen aannemers, alle relevante informatie er in hun eigen systemen zouden moeten kunnen uithalen.

Genadeloos

Daar is volgens de toezichthouder weinig van terecht gekomen. Rijkswaterstaat heeft het veel te complex gemaakt door het systeem zo compleet mogelijk te willen maken. ‘Wij vinden dat de praktische bruikbaarheid en daarmee de meerwaarde van het systeem buiten beeld is geraakt. We snappen dan ook niet dat men het systeem nog verder wil uitbreiden en pas in 2021 een eenvoudiger versie wil opleveren’, aldus het BIT in het advies dat eind januari naar Van Nieuwenhuizen is gestuurd. Het voegt eraan toe het ‘risicovol te vinden dat binnen Rijkswaterstaat minder dan vijf medewerkers weten hoe het systeem tot in detail in elkaar zit’.

Maar de vastgelopen bibliotheek is bepaald niet het enige probleem dat de toezichthouder signaleert in het vijf pagina’s tellende advies aan de minister. Een kleine bloemlezing: ‘Doorgaan met ontwikkelen van het Air-systeem vinden we voorbarig omdat de rol van dit systeem nog onduidelijk is’. Van het Air-Bim-programma als geheel constateert het bureau genadeloos dat ‘niet klip-en-klaar is gedefinieerd welke activiteiten er binnen of buiten vallen’, dat er ‘geen concreet eindbeeld’ in zicht is, dat ‘het ontbreekt aan een heldere planning met mijlpalen en transitiestrategie’ en dat ‘het aan samenhang tussen vele parallel lopende activiteiten ontbreekt’.

Om te redden wat er nog te redden valt, adviseerde het BIT om de omvang van het programma sterk terug te snoeien ‘zodat Air-Bim daadwerkelijk bruikbare resultaten gaat opleveren’. Daarbij moet direct begonnen worden met het vereenvoudigen van de objecten-bibliotheek. Het AIR-deel moet zelfs volledig worden stilgelegd totdat duidelijk is wat Rijkswaterstaat er nu eigenlijk aan heeft. In plaats van de geconstateerde chaotische aanpak moet er ‘een resultaatgerichte aanpak komen met heldere doelstellingen en een geïntegreerde planning en transitiestrategie’.

Zure appel

Minister van Nieuwenhuizen, die zich kennelijk een hoedje is geschrokken is van de keiharde rapportage, neemt alle adviezen over, zo liet ze de Tweede Kamer na iets meer dan een maand weten. De snoeischaar gaat over de objecten-bibliotheek. Alleen over nieuwe objecten, of die vervangen of gerenoveerd moeten worden, wordt nog informatie opgebouwd. Het Air-systeem wordt volledig stilgelegd, in elk geval voorlopig.

Zure appel is wel dat lopende afspraken met ontwikkelaars over de bibliotheek en Air in elk geval voorlopig nog deels moeten worden nagekomen. Anders gezegd, RWS moet nog een tijd blijven betalen voor zaken die mogelijk nooit gebruikt zullen worden. Om de bittere pil nog een beetje te vergulden, sluit Van Nieuwenhuizen haar Kamerbrief af met de mededeling dat de dienst ‘stappen zet’ in het verbeteren van de samenwerking in de grond-, weg- en watersector op het gebied van digitalisering en het gezamenlijk ontwikkelen van standaarden. ‘Ik zal me daarvoor blijven inzetten’, belooft ze.

Blunderen lijkt de standaard

Het is inmiddels tot in den treure bekend: ICT-projecten bij de Rijksoverheid lopen bijna standaard uit de rails. Een kleine greep uit meldingen van de de afgelopen jaren.

Eind vorig jaar adviseerde het BIT om te stoppen met de ontwikkeling van het project Operationeel Politie Platform (OPP). Dat moest de administratieve druk op agenten verlichten door alle data rond boetes en misdaden op één plaats te verzamelen. Er is jaren aan gewerkt, heeft tientallen miljoenen opgeslokt, maar nauwelijks een werkend systeem opgeleverd. Twee toepassingen die wel werkten, kostten zestien miljoen euro, veel meer dan de marktconforme prijs voor dergelijke apps.

In april vorig jaar trok minister Carola Schouten (Landbouw) de stekker uit Inspect, een groot project van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit, NVWA. Zo’n 65 miljoen euro is over de balk gegooid, maar ermee doorgaan zou nog veel meer hebben gekost. De minister liet de Tweede Kamer weten dat de gestelde doelen onhaalbaar waren en dat deadlines niet gehaald konden worden.

Een opvallende misser in 2018 was een project bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het was begroot op 1,2 miljoen euro, maar kostte de maatschappij uiteindelijk 29 miljoen. Het systeem had al in 2015 moeten worden opgeleverd, maar werd pas jaren later in gebruik genomen.

Ook bij de modernisering van het online identificatiesysteem DigiD ging het volkomen mis. Begroot op vier miljoen, liep de teller op naar 25 miljoen euro. De geplande ontwikkeltijd werd met een factor drie overschreden.

Beide laatste voorbeelden komen uit een onderzoek dat het FD anderhalf jaar geleden uitvoerde naar 125 ICT-projecten bij de Rijk van meer dan vijf miljoen euro. Daaruit bleek dat zowel de kosten als de ontwikkeltijd gemiddeld bijna 40% hoger uitvielen dan gepland. Concreet betekende het dat die 125 projecten een miljard euro meer belastinggeld opslokten dan de 2,5 miljard euro die ervoor was begroot.