De overvallen deden zich voor in de provincies Foggia en Barletta-Andria-Trani. De politie spreekt van een ‘extreem gevaarlijke groep criminelen’, die paramilitair was georganiseerd en gebruik maakt van zware vuurwapens.

De bende gebruikte ook elektronische apparatuur waarmee de communicatie tussen chauffeur en ‘thuisfront’, bijvoorbeeld via satellieten, werd onderbroken. De bende stond zelf in contact met de georganiseerde misdaad in de provincie Foggia.

In alle rust

De overvallen voertuigen werden na overmeestering in alle rust gelost en de goederen binnen enkele uren naar elders overgebracht. Dat gebeurde met auto’s met een grote laadruimte, die eveneens waren gestolen. Eenmaal gelost werden deze voertuigen in brand gestoken.

De carabinieri slaagden erin een grote aanslag op een geldauto te verijdelen. Daarbij werd een kalasjnikov en een ander zwaar-kalibergeweer in beslag genomen. Ook werd een bedrijfsvoertuig met twee vluchtende rovers staande gehouden.