Aan het einde van 2019 werden diverse grote deals gesloten in het Nederlandse wegtransport. Zo besloot Vos Logistics om Snel Shared uit Woerden in te lijven, kwamen grote delen van Rotra in handen van Kuehne + Nagel en besloot Neele-Vat om Mammoet Ferry Transport over te nemen. Zet deze trend zich door de komende tijd? En welke tactiek moet je hanteren bij het bepalen van een geschikte overnamekandidaat?

Nieuwsblad Transport nodigde enkele branchekenners uit om over deze onderwerpen te praten. Mark van der Drift, ceo van Cornelissen Groep, Machiel Bode, sectorbankier transport en logistiek bij ING en Marten van den Bossche, specialist transport en mobiliteit bij onderzoeksbureau Ecorys, deelden hun visie met elkaar en met de kijkers.

Schaalvergroting

Van den Bossche ziet een trend in de markt waarbij het aantal grote vervoerders met meer dan honderd trucks groter is geworden in de afgelopen jaren. ‘Dat aantal is in enkele jaren gestegen van 102 naar 114. Daar zie je dus duidelijk schaalvergroting.

Tegelijkertijd zijn er in dezelfde periode zo’n duizend een- tot vijfmanszaken bij gekomen. Het aantal middelgrote bedrijven groeide ook, maar iets minder hard. Dat komt deels doordat de afgelopen jaren economisch gezien goed waren. Daardoor zijn diverse middelgrote vervoerders doorgegroeid naar het segment van meer dan honderd voertuigen.’

Links laten liggen

Ook Machiel Bode van ING ziet een soortgelijke trend en verklaart dit doordat de grotere vervoerders bij een overname vaak kiezen voor bedrijven die een slag kleiner zijn, maar de echt kleine bedrijven juist links laten liggen. ‘We zien met name dat vervoerders bij een overname niet kiezen om het gehele bedrijf over te nemen, maar de voorkeur geven aan wat wij activa-passiva-transacties noemen. Je neemt bijvoorbeeld omzet, personeel en materieel over en laat de overhead buiten de deal. Of je neemt slechts een deel van de activiteiten over en laat andere bedrijfsonderdelen buiten beschouwing’, aldus Bode.

Van der Drift ziet ook een tweedeling in de markt ontstaan en denkt dat dit ingegeven is door grote verladers die steeds meer eisen van hun vervoerders. ‘Wij zien dat onze klanten, die allemaal zeer professioneel zijn, steeds meer toegevoegde waarde verwachten van ons. Dit betekent dat je moet investeren in bijvoorbeeld verduurzaming en digitalisering. De grotere vervoerders kunnen dat wel. Maar je ziet dat zeker niet alle partijen het talent, de kennis en het financiële vermogen hebben om hierin mee te kunnen.’

‘Dan heb je ook nog kleine bedrijven, die er juist voor kiezen om heel ‘lean’ te blijven. Die hoeven niet te investeren in bijvoorbeeld dure planningssystemen, omdat ze hun ritten zonder dergelijke systemen ook goed kunnen beheersen. Maar dan heb je nog een tussengroep. En die vallen enigszins tussen wal en schip. Ze hebben wel een bepaalde overhead, dus zijn ze niet zo lean als die kleine spelers. Maar ze kunnen ook niet mee met de eisen die de grote verladers aan vervoerders stellen, omdat ze daar niet de mensen, kennis en middelen voor hebben.’ Van der Drift verwacht dan ook dat de middelgrote vervoerders de komende tijd relatief vaak overgenomen gaan worden.

Criteria bij overnames

Cornelissen Groep is zelf een van de bedrijven die zich de afgelopen jaren nadrukkelijk heeft gemengd in de consolidatie. Zo werd vorig jaar een deel van de distributie-activiteiten overgenomen die St. vd Brink uitvoerde voor Albert Heijn Pijnacker. Een jaar eerder kocht het bedrijf Koeriersdienst Zwolle.

Waar kijkt Van der Drift naar bij de keuze welk bedrijf of activiteiten over te nemen? ‘Ten eerste is het van belang dat er sprake is van directe synergieën. Met andere woorden, past het geheel bij onze bestaande operatie? Daarnaast moeten de klanten en de bedrijfscultuur bij ons passen. Je bent geneigd om vooral rekenkundig naar dit soort transacties te kijken, maar het moet voor beide partijen ook goed voelen. Zeker als het gaat om familiebedrijven.’

Van der Drift omschrijft Cornelissen Groep als een ‘modern familiebedrijf’. ‘Dit houdt in dat er warmte is binnen ons team, die gepaard gaat met goede klantrelaties. Tevens moet je kijken naar hoe medewerkers bij het over te nemen bedrijf met elkaar omgaan, bijvoorbeeld planners en chauffeurs. Ik geloof namelijk niet in allerlei subculturen binnen één bedrijf. Het moet een team zijn. Als er dan ook nog sprake is van een reële overnamesom, vind ik het een goede deal.’

‘Een dagje meekijken’ bij een bedrijf om de cultuur op te snuiven, zit er uiteraard niet in. Hoe kan Van der Drift dan toch bepalen welke cultuur er binnen een bedrijf aanwezig is? ‘Wat voor mij belangrijk is, is dat er een klik is met degenen van wie je het bedrijf overneemt. Je proeft de sfeer tijdens de onderhandelingsgesprekken met de eigenaren en als het gevoel goed is, weet je dat het past.’

Rekensommetje

Ook ING wijst erop dat niet alleen het rekensommetje moet kloppen. De bank bekijkt bij een eventuele kredietverstrekking voor een overname ook of er een echte operationele match is. ‘Weet de ondernemer die het koopt, er een goed verhaal van te maken? Passen de culturen bij elkaar? Het moet op operationeel niveau goed passen en dat moet een ondernemer ons kunnen uitleggen.’

Van der Drift valt Bode bij. ‘Wij gaan echt uit van ons eigen model, want daarin moet je het integreren. Je kijkt dan naar de effecten op de cashflow, op het netwerk. We proberen het echt op die manier te benaderen. En pas daarna gaan we kijken naar andere financiële zaken. Dat heeft tot nu tot elke keer goed uitgepakt. We hebben gezien dat het verloop van personeel zeer gering is geweest. Dit betekent dat de medewerkers een goede plek hebben gevonden binnen de organisatie. En ook financieel heeft het telkens goed uitgepakt.’

Bekijk het volledige webinar hier