Binnen Europa verschillen de regels rondom exceptioneel transport sterk. De aanvraag van een ontheffing, afmetingen, transportbegeleiding, het hebben van de juiste markeringsborden, zwaailichten en vervoersmarkeringen: vrijwel elk Europees land heeft daarvoor zijn eigen richtlijnen. Tot ergernis van de vervoersbedrijven, die door de regeldruk onnodig veel tijd kwijt zijn voor hun transporten.

Zo kan volgens Klijn de wachttijd voor een vergunning voor bijzonder wegtransport in Duitsland oplopen tot acht weken, terwijl vervoersbedrijven er in Nederland binnen 24 uur een krijgen. ‘In Frankrijk is er een elektronisch ontheffingssysteem. Maar omdat niet alle regio’s daaraan meedoen, rijd je dus in een deel van het land illegaal.’

Verkeersveiligheid

Tijdens zijn presentatie in de Onderzeebootloods laat Klijn een slide zien, waarop te zien is hoeveel verschillende markeringen er worden gehanteerd in Europa. ‘Witte en rode strepen, rode en gele strepen, zwarte en gele strepen en allemaal verschillende afmetingen’, somt de ESTA-directeur op. ‘Het ene bordje verwisselen voor de ander, kost tijd en levert niets op voor de verkeersveiligheid.’

Klijn pleit dan ook voor meer harmonisatie binnen Europa. Omdat de lokale autoriteiten zelf verantwoordelijk zijn voor de regels voor exceptioneel transport, is het proces daar naartoe moeizaam, merkt hij op. Wat dat betreft kan Europa nog veel leren van de Verenigde Staten. ‘Daar is het mogelijk om een ontheffing te krijgen voor bijna heel de VS. En dat terwijl ook hier elke staat zijn eigen regels hanteert.’

Kamervragen

Tweede Kamerlid Remco Dijkstra stelde in juni Kamervragen over deze kwestie aan minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. Hij wilde onder meer weten of de minister bekend is met deze problematiek en hoe zij aankijkt tegen het feit dat autoriteiten steeds voorzichtiger worden met het verlenen van vergunningen voor exceptioneel transport. Vooral in landen als Frankrijk en Italië zouden vertragingen optreden bij vergunningen, omdat deze landen hun eigen infrastructuur niet lijken te vertrouwen, aldus Dijkstra.

De minister herkent de problemen en stelt dat omwille van het economisch belang van het exceptioneel vervoer harmonisatie van voorschriften in Europees verband gewenst is. ‘Vooralsnog blijkt het echter lastig om dit onderwerp op de Europese agenda te krijgen. Ik ben bereid om te verkennen of ik in Europa medestanders kan vinden om voor harmonisatie te pleiten’, aldus Van Nieuwenhuizen.