Eerder dit jaar is volop gesproken over de invoering van een kilometerheffing voor personenauto’s. Uiteindelijk is het plan toch afgewezen. Nu de onderhandelingen voor een nieuwe Vlaamse regering worden gevoerd, is het toch weer op de politieke agenda verschenen, meldt dagblad Het Laatste Nieuws.

Een onderhandelaar van CD&V zegt tegen de Belgische krant dat het in de komende regeerperiode (legislatuur) toch zou moeten worden ingevoerd voor lichte vrachtwagens. In de volgende legislatuur zouden dan de personenauto’s aan de beurt komen. Op deze manier moet het fileprobleem op de Vlaamse wegen worden aangepakt.

N-VA is juist fel tegenstander van een dergelijke maatregel. Ook ondernemersorganisatie Unizo kwam met een reactie. De belangenvereniging blijft wel voorstander van de maatregel, maar ‘alleen als ze consequent geldt voor iedereen met een gemotoriseerd voertuig’.

Superslimme heffing

Het debat over de invoering volgt kort nadat de Leuvens transporteconomen Bruno De Borger en Stef Proost zich uitspraken voor invoering van een ‘superslimme’ kilometerheffing. Dit zou in hun ogen de fileproblemen in België kunnen oplossen. Ze werkten hun mening uit in een nieuwe studie.

De Borger en Proost gaan ervan uit dat files ontstaan doordat te veel mensen op hetzelfde moment ergens willen zijn en die plaats met de wagen willen bereiken. Daarom pleiten ze voor een naargelang het moment van de dag variërende heffing, met een maximum van 3,3 euro per rit.

Die maatregel zou volgens hen fiscaal en financieel neutraal zijn. Wie toch tijdens de dure uren blijft rijden, wordt gecompenseerd door minder tijdverlies. De economen stellen ook voor om ter compensatie andere bestaande belastingen te schrappen. Die zijn gebaseerd op het bezit en niet op het gebruik van het voertuig. De kilometerheffing zou op die manier autorijders belonen die hun wagen zuinig gebruiken.

Andere strategieën

Ze merken op dat andere strategieën, zoals modal shift, thuiswerken en meer vervoer in de daluren, de fileproblemen wel een beetje zouden verminderen, maar tegelijk het autoverkeer weer wat aantrekkelijker maken en zo bijkomend verkeer aantrekken.

De Borger en Proost verwijzen zonder veel toelichting naar de Zweedse steden Göteborg en Stockholm, waar rekeningrijden al van kracht is. Ze reppen niet over het feit dat op bijvoorbeeld de Antwerpse Ring de files een bijna permanent karakter hebben. Ze houden er ook niet echt rekening mee dat professionele chauffeurs zoveel uren op de baan moeten zijn, dat ze weinig schuifmogelijkheden hebben.