Het kabinet heeft vergevorderde plannen om een kilometerheffing in te voeren. Deze moet van kracht worden op 1 januari 2023. Waarschijnlijk gaat dit de sector 1,1 miljard euro per jaar kosten. De tol gaat gelden op 81 snelwegtrajecten, 39 provinciale wegen en ook 7 gemeentewegen (zie afbeelding verderop in dit verhaal). Het gemiddelde tarief komt waarschijnlijk uit op vijftien cent per kilometer, waarbij vervoerders meer moeten betalen als ze vervuilende vrachtwagens gebruiken (maximaal 26 cent) dan wanneer ze schonere alternatieven inzetten (minimaal 8 cent).

Tekst loopt door onder afbeelding.

Verantwoordelijk minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) heeft al aangegeven dat een deel van de opbrengst terugvloeit naar de sector, de zogeheten terugsluls. Dit geld moet worden gebruikt voor verduurzaming een digitalisering van de vervoerssector.

Welk deel van deze 1,1 miljard uiteindelijk gaat naar de vervoerders (en verladers met een eigen logistieke afdeling) is echter onduidelijk. De kosten voor invoering en gebruik van het systeem worden er eerst van afgehaald, evenals de gederfde accijnsinkomsten. Van Nieuwenhuizen gaf dit voorjaar een indicatie voor de terugsluis: een bedrag tussen de 200 en 500 miljoen euro per jaar. Hoe dit wordt verdeeld en aan wie, is nog niet bepaald.

Logistieke organisaties hopen uiteraard dat een zo hoog mogelijk deel uiteindelijk bij de vervoerders en verladers terechtkomt. Maar daarover is nog geen definitief besluit genomen. Diverse regio’s zien daardoor hun kans schoon om een deel van de opbrengst op te eisen. Ook zetten ze vraagtekens bij de gekozen wegen. Zij willen dat de heffing op minder plekken gaat gelden.

Conceptvoorstel

De minister heeft inmiddels een conceptvoorstel gepubliceerd. Belanghebbenden konden de afgelopen tijd zienswijzen indienen op dit voorlopige plan. Vele hebben dit gedaan. Daar zitten ook diverse regionale overheden en belangenverenigingen bij. Zo hebben overheden en bedrijfsleven uit onder meer Overijssel, Drenthe en Limburg zich gemengd in het debat. Daarbij gaat het niet alleen om de opbrengst van de trucktol, maar ook om de wegen waarop de heffing wordt ingevoerd.

Vooral in de provincie Overijssel zijn belanghebbenden kritisch. Zowel het provinciebestuur als veel gemeenten zouden graag zien dat het wegennet waarop de tol wordt geheven, wordt aangepast. In het huidige voorstel moeten vrachtwagens betalen op de A1, A28, A35 en N50. De overheden willen dat de heffing op de N50 helemaal wordt geschrapt en die op de A35 gedeeltelijk. Het deel tussen tussen Wierden het knooppunt Azelo zou tolvrij moeten blijven.

Reden hiervoor is vrees voor sluipverkeer in het gebied rondom deze twee wegen. Hier is nu op sommige plekken al sprake van bovenmatig veel verkeer. Dat wordt bij invoering van de kilometerheffing alleen maar erger. De zienswijze is ondertekend door het provinciebestuur en 19 van de 25 gemeenten in Overijssel.

Tevens zouden de betrokken overheden graag zien dat de trucktol-opbrengst van deze regio wordt gebruikt om sluipverkeer tegen te gaan. Als deze wens wordt ingewilligd, lijkt het onwaarschijnlijk dat dit deel van het geld uiteindelijk bij transporteurs en verladers terechtkomt.

Hard getroffen

Ook vanuit de zogeheten Dutch Techzone komt kritiek. Dan gaat het om het bedrijfsleven uit het zuiden van Drenthe en het noorden van Overijssel, meer specifiek de regio’s Emmen, Coevorden, Hoogeveen, Hardenberg en Avereest (het gebied rondom Dedemsvaart). De plaatselijke ondernemersclubs, die zo’n zeshonderd bedrijven en veertigduizend arbeidsplaatsen vertegenwoordigen, hebben zich verenigd en vinden dat de kilometerheffing deze regio’s onevenredig hard treft.

Dit omdat de transportafstanden tussen de industriekernen en de grotere bevolkingsconcentraties hier groter zijn dan in bijvoorbeeld Midden-, Zuid- en West-Nederland. ‘De extra kosten kunnen bovendien een negatieve invloed hebben op de bereidheid van bedrijven om zich in het gebied te vestigen’, schrijven de belangenorganisaties in een gezamenlijk bericht. In deze regio zijn onder andere de transportbedrijven Hartman, Oegema, Rotra en Wetra actief.

Geld blijft in regio

De vijf ondernemersverenigingen van The Dutch Techzone pleiten niet zozeer voor een afschaffing van de trucktol, maar willen wel dat de opbrengst ervan ten goede komt aan de eigen regio. ‘Het geld moet worden besteed aan projecten op het gebied van mobiliteit, infrastructuur en bijbehorende opleidingen en technologie. Het moet helpen om de corridor A28-A37-E233 door te ontwikkelen tot een toonaangevende innovatieve regio’, aldus de betrokken organisaties.

De belangenbehartigers hopen het geld te kunnen besteden aan bijvoorbeeld investeringen in een tankstation voor alternatieve brandstoffen en landelijke experimenten met slimme infrastructuur. De verenigingen willen hierover heldere afspraken maken met de minister. Tevens hebben zij hun zienswijze kenbaar gemaakt aan de Tweede Kamerleden uit het noorden van het land. Ook overheden uit diverse andere regio’s, waaronder Limburg, hebben al duidelijk gemaakt de gevolgen van de heffing scherp in de gaten te houden. Vooral op het gebied van sluipverkeer willen ze de vinger aan de pols houden.

Streep door de rekening

Als er daadwerkelijk geld naar regionale overheden gaat, zou dat een flinke streep door de rekening zijn van de transportsector. Onder meer transporteursorganisaties Vern en TLN en verladersvereniging Evofenedex volgens de ontwikkelingen rondom de heffing dan ook nauwgezet.

De sector zou graag zien dat beter wordt vastgelegd dat de terugsluis uitsluitend wordt gebruikt voor verduurzaming en innovatie van het wegvervoer. Zo wijst TLN erop dat in het conceptvoorstel niets staat over hoe lang deze terugsluis van kracht blijft. Daardoor zou een volgend kabinet deze regeling overboord kunnen gooien of kunnen beslissen dat het geld toch ergens anders naar toe moet gaan. In de Tweede Kamer zijn al stemmen opgegaan om het geld van de kilometerheffing te investeren in andere modaliteiten, zoals spoor en binnenvaart, iets wat de betrokken belangenverenigingen niet zien zitten. Ook de plannen van lokale overheden en ondernemersverenigingen bekijken ze waarschijnlijk met argusogen.