De prijzen voor de aanschaf van tachograafkaarten is velen in de Nederlandse transportbranche al lange tijd een doorn in het oog. De kaarten zijn enkele malen duurder dan in sommige andere EU-landen, terwijl de kaarten in elk land aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen. In Nederland kosten ze honderd euro per stuk, terwijl ze in Duitsland veertig euro kosten en in sommige andere landen zelfs nog minder.

De transportbranche maakte recentelijk dan ook bezwaar tegen deze situatie en zou graag zien dat vervoerders hun kaarten in het buitenland mogen kopen. Europese regels staan dit echter niet toe. De kaarten moeten worden gekocht in het land waar de betreffende chauffeur zijn gewone verblijfplaats heeft.

Op kosten gejaagd

Volgens diverse Kamerleden worden vervoerders daardoor op achterstand gezet ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten. De fracties van SGP en VVD stelden vragen aan Van Nieuwenhuizen over deze situatie. Zij vrezen dat Nederlandse bedrijven op deze manier onnodig op kosten worden gejaagd.

De prijzen van tachograafkaarten zijn al verschillende keren onderwerp van debat geweest in de Tweede Kamer. Zo werd medio juni hierover gesproken, vlak voor de invoering van de slimme tachograaf. Tijdens dit debat zei de minister dat de prijzen omlaag moesten.

Nieuwe regeling

In de recente antwoorden op Kamervragen neemt ze gas terug, zo lijkt het. De bewindsvrouw meldt dat momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe tariefregeling ‘die eenvoudiger, beter uitlegbaar en transparanter zal zijn dan de regeling op dit moment. Als de nieuwe tariefregeling gereed is wordt duidelijk of, en zo ja, met welk percentage, de tarieven van de tachograafkaarten kunnen dalen.’

Daar voegt ze aan toe: ‘Mijn doel is om bij de stelselherziening te bekijken of een verlaging van de tarieven mogelijk is.’ Dat er sowieso een prijsverlaging komt, schrijft de bewindsvrouw echter niet.

Wel meldt Van Nieuwenhuizen: ‘Het is mij bekend dat er prijsverschillen zijn tussen verschillende lidstaten. Met het eerder aangekondigde benchmarkonderzoek, waarbij een vergelijking wordt gemaakt met een aantal Europese landen en Nederland hoop ik hier meer inzicht in te krijgen. Dit geldt tevens voor de oorzaken waardoor de verschillen in tarieven bestaan. Dit onderzoek zal na de zomer naar uw Kamer worden gestuurd.’

Vertraging

De overheid geeft de kaarten niet zelf uit, maar heeft dit uitbesteed aan Kiwa. Die organisatie krijgt echter regelmatig kritiek. Niet alleen vanwege de prijs, maar recentelijk ook vanwege problemen met invoering van de slimme tachograaf.

Alle voertuigen die op of na 15 juni 2019 voor het eerst de weg op gaan, moeten voorzien zijn van deze nieuwe ‘smart tacho’. Echter, de benodigde werkplaats-, chauffeurs- en bedrijfskaarten konden niet op tijd worden geleverd. Daardoor vreesden transporteurs en verladers met een eigen logistiek afdeling dat nieuwe trucks niet meteen de weg op konden, omdat de slimme tachograaf niet op tijd kon worden ingebouwd.

Uiteindelijk is in allerijl gezocht naar oplossingen en die zijn ook gevonden. De werkplaatskaarten werden uit Kroatië gehaald, terwijl Groot-Brittannië uitkomst kon bieden voor de Nederlandse chauffeurs- en bedrijfskaarten. Oorzaak van de problemen bij Kiwa waren vertragingen bij kaartproducent Idemia.

Geen achterstand

Dat de kaarten uiteindelijk toch uit het buitenland zijn gehaald, betekent niet dat vervoersbedrijven ze nu ook over de grens mogen kopen. Slechts in uitzonderlijke gevallen is een buitenlandse aankoop toegestaan, waarvoor toestemming moet worden gevraagd in Brussel.

Volgens de minister zorgt het prijsverschil niet voor veel achterstand ten opzichte van de buitenlandse concurrentie. Dit omdat de kaarten slechts eenmaal per vijf jaar moeten worden gekocht en de bijdrage aan de totale kosten voor transporteurs en verladers daardoor beperkt is.

Lees ook: Minister: ‘Prijzen tachograafkaarten moeten omlaag’