Dat blijkt uit cijfers die beide bedrijven deze week publiceerden. Daimler kwam woensdagochtend met zijn resultaten over het tweede kwartaal. De Duitse producent dook diep in het rood. Dit kwam voor een groot gedeelte door 4,2 miljard euro aan eenmalige uitgaven, onder meer door het dieselschandaal en een terugroepactie.

Truckdivisie

De truckdivisie zorgde voor het mooie weer in het tweede kwartaal. Er werden in totaal 126.474 vrachtwagens verkocht. Dat was 2% meer dan in dezelfde periode vorig jaar, toen de teller bleef steken op 123.910 voertuigen. De opbrengsten stegen ook, van 9,2 naar 10,5 miljard euro: een stijging van 14%. De ebit nam toe met 33% naar 725 miljoen euro.

De afdelingen bestelbussen en personenauto’s deden het minder goed. Bij de bestelvoertuigen bleven de verkopen nagenoeg gelijk, met een verkoopvolume van ongeveer 111.000 voertuigen. De divisie Personenauto’s verkocht 3% minder voertuigen dan in het tweede kwartaal van vorig jaar en kreeg daardoor een omzetdaling en een negatieve ebit voor de kiezen.

DAF

DAF-moederbedrijf Paccar had mooiere cijfers te melden. De Amerikaanse truckfabrikant boekte een recordomzet van 6,63 miljard dollar (5,93 miljard euro, tegen huidige wisselkoers). Het netto-inkomen kwam uit op 619,7 miljoen dollar.

Het bedrijf meldde bij de presentatie van de kwartaalcijfers dat DAF in Europa een marktaandeel heeft van 16,7% in de markt van vrachtwagens van meer dan zestien ton. Over het marktaandeel van het Nederlandse merk in andere segmenten zijn geen uitspraken gedaan.

Robuuste vraag

Wel kon Paccar een toename van 70% noteren in de verkopen in Zuid-Amerika. Dan gaat het zowel om DAF-voertuigen als om vrachtwagens van zustermerk Kenworth. Ook de verkopen in Noord-Amerika waren goed. Volgens de directie tonen de cijfers aan dat er wereldwijd een ‘robuuste vraag’ is naar vrachtwagens.