De vervoerder stelde dat in dat geval de registratieplicht bij de klant ligt en niet bij hem. Het is dan aan de inspectie om aan te tonen dat dit niet zo is. De inspectie legde die verantwoordelijkheid bij de vervoerder. Op 5 juni kwam de Raad van State met het verlossende antwoord. Helaas, voor de vervoerder geen goed nieuws.

De Arbeidstijdenwet legt een werkgever de verplichting op een deugdelijke registratie over de arbeids- en rusttijden te voeren waardoor het toezicht op de naleving van de wet mogelijk wordt gemaakt. Voor de vervoerssector is deze registratieplicht niet vormvrij. Een onderneming dient, indien hij gebruik maakt van een digitale tachograaf, voor iedere dag dat zijn chauffeurs rijden te beschikken over de data uit de tachograaf en de data van de bestuurderskaarten.

Als er gegevens ontbreken dan is sprake van een overtreding van deze registratieplicht, tenzij je aannemelijk kunt maken dat er sprake is van een uitzondering. Valt het vervoer buiten de scope van de tachograafplicht, dan is het aanleveren van voornoemde data niet verplicht. Dit betekent echter nog niet dat er in het geheel geen registratie van de arbeids- en rusttijden hoeft te zijn. Integendeel. Iedere vorm van arbeids- en rusttijd dient te worden geregistreerd via bijvoorbeeld dagrapporten of urenstaten. Zolang het voor de inspectiediensten maar inzichtelijk is.

Dat laatste is in feite de essentie van de uitspraak van de Raad van State. Als een vervoerder wordt onderworpen aan een bedrijfsinspectie dan is het aan de vervoerder om, op het moment van de controle, aan te tonen dat zijn administratie deugdelijk is. Ontbreken er data en stelt de onderneming dat hij daar een goede reden voor had, dan is het aan hem om die reden aan te tonen. Zelfs als er wordt gereden door personeel van de klant.

Wat de Raad van State in de uitspraak in feite zegt, is dat de aan de controle onderworpen onderneming moet bewijzen dat hij niet de werkgever was van de chauffeurs die zijn vrachtwagens gebruikten zonder gebruik te maken van een bestuurderskaart. Kan hij dat niet, dan staat de ondeugdelijkheid van zijn administratie al op voorhand vast.

Volgens de Raad van State strekt de registratieplicht dus verder dan het enkel hebben van de befaamde C- en M-bestanden. Is sprake van een bedrijfscontrole dan dient de onderneming niet alleen de digitale bestanden te overleggen. De administratie moet ook alle informatie bevatten om ieder mogelijk ontbrekende bestand te verklaren. Zelfs al betreft het personeel van een klant en zelfs als er is gereden buiten de scope van de tachograafplicht. De vervoerder moet alles op tafel te leggen.

Een opvallende gedachtegang, omdat de registratieplicht volgens de wettelijke tekst enkel geldt voor de werkgever. En als dat werkgeverschap niet vast staat, hoe kan je een onderneming dan beboeten voor het niet hebben van een deugdelijke registratie?

Opvallend is voorts de overweging dat de registratieplicht dus ook verder gaat dan enkel het overleggen van de C- en M-bestanden. In mijn optiek heeft de Raad van State de registratieplicht voor een transportondernemer in deze zaak dan ook veel te ruim uitgelegd. Niettemin, een gewaarschuwd mens telt voor twee. Zorg dat uw administratie bij een bedrijfscontrole compleet en op orde is. Zo voorkomt u hoge boetes.