De chauffeur hoeft dus bijvoorbeeld geen hotelrekeningen of nota’s van andere slaapplaatsen te kunnen overleggen indien een controleur daarom vraagt. Dit beperkt de controlemogelijkheden op het zogenaamde ‘cabineslapen’ aanzienlijk. De Europese Commissie baseert zich op een verordening uit 2014 waarin het verbod is neergelegd op het doorbrengen van de lange verplichte wekelijke rusttijd.

In die verordening staat niets over de noodzaak dat de chauffeur aan de hand van documentatie moet kunnen aantonen deze rustperiode van ten minste 45 uur buiten het voertuig, dus bijvoorbeeld in een hotel, motel of ‘bed and breakfast’ heeft doorgebracht, zo overweegt de Commissie.

Heterdaad

Feitelijk blijft controleurs maar één mogelijkheid over om chauffeurs te bekeuren wegens langdurig ‘cabineslapen’, namelijk door de bestuurder op heterdaad te betrappen. Daarbij zal dan uiteraard gebruik moeten worden gemaakt van tachograafgegevens.

Een aantal Europese landen, waaronder Frankrijk, België en Duitsland, zijn de afgelopen jaren streng gaan controleren op het langslapen in truckcabines. Deze landen willen af van de geïmproviseerde ‘campings’ waar chauffeurs uit vaak Oost-Europese landen hun verplichte lange rusttijden doorbrengen. In Nederland zijn de meningen verdeeld.

Transport en Logistiek Nederland (TLN) bijvoorbeeld vindt dat het doorbrengen van lange rusttijden in en rondom de cabine op beveiligde en goed geoutilleerde parkeerplaatsen, met voorzieningen als restaurants en behoorlijk sanitair, mogelijk moet blijven. Tot dusver heeft ook de regering zich op dit standpunt gesteld. De 45 uur volledig doorbrengen op bijvoorbeeld onbeveiligde snelwegparkings is sinds begin vorig jaar wel verboden in Nederland.

Lees ook: Kamperen mag. Het mag geen dagen duren