In februari maakten beide partijen hun samenwerking bekend. MOL is specialist op het gebied van zeevaart, terwijl Den Hartogh juist een uitgebreid Europees netwerk heeft, wat helpt bij de coördinatie van wereldwijde stromen naar Europa. De twee bedrijven zijn ervan overtuigd dat ze gezamenlijk een grote meerwaarde kunnen bieden.

Initiatief

Het initiatief kwam zo’n anderhalf jaar geleden uit de Japanse hoek. Een medewerker van de rederij kwam in contact met een business unit director van Den Hartogh met – geloof het of niet – als achternaam Mol. ‘Een dergelijke samenwerking is natuurlijk een flinke stap’, legt Pieter den Hartogh uit. ‘Dus we hebben er echt goed naar gekeken. Maar na enige tijd hebben we besloten met elkaar in zee te gaan, omdat beide partijen er de voordelen van inzien.’

Zowel de rederij als de logistiek dienstverlener had de wens om wereldwijd toeleveringsketens op een andere manier vorm te geven. ‘Door elkaars kennis en netwerk te bundelen, kunnen we iets extra’s bieden voor verladers: een totaalpakket waarbij de klant zoveel mogelijk wordt ontzorgd. Voordat we een definitief akkoord hadden gesloten met MOL, zijn we langs diverse klanten gegaan. Daar hebben we onze plannen voorgelegd en we kregen daar enthousiaste reacties op. Dat was voor ons een belangrijke reden om door te zetten. Nu we eenmaal de stap hebben gezet, kunnen we wereldwijd een totaaloplossing aanbieden. Dan moet je overigens vooral denken aan partijen met een continue aanvoer van producten. Zij hebben profijt van een totaaloplossing.’

Meer samenwerkingen

Den Hartogh is naar eigen zeggen een van de eerste bedrijven die een dergelijke samenwerking aangaan met een grote rederij. In de lijnvaart zijn de laatste tijd al wel soortgelijke partnerschappen afgesloten.

Zo is CMA CGM bezig om Ceva Logistics in te lijven en wordt Maersk-dochterbedrijf Damco deels geïntegreerd in het moederbedrijf. ‘De stap van MOL komt daar wellicht uit voort’, denkt Den Hartogh. Hij sluit niet uit dat er meer van dergelijke samenwerkingsverbanden ontstaan in de chemiesector.

Wereldwijde speler

Enkele jaren geleden besloot Den Hartogh om de focus te leggen op het groeien naar een positie als wereldwijde speler. In Europa was het bedrijf al sterk vertegenwoordigd. ‘Van de in totaal 43 kantoren staan er ongeveer 25 in Europa. We werken hier niet met agenten, terwijl we dat in andere werelddelen nog wel doen. Het netwerk en de positie die we in Europa hebben opgebouwd, willen we ook in andere delen van de wereld. Daar zijn we nu druk mee bezig.’

Ook India en de Verenigde Staten staan op het verlanglijstje.

Die expansie verliep aanvankelijk niet zonder slag of stoot. De eerste jaren werd in de opbouw van het wereldwijde netwerk verlies geleden, waardoor de Europese activiteiten de onderdelen in de rest van de wereld moesten financieren. Maar inmiddels is dat niet meer nodig. Met alle activiteiten samen behaalde de transporteur in 2018 voor het eerst een omzet van meer dan 500 miljoen euro.

Een groei die voor een aanzienlijk deel is gerealiseerd door overnames. Zo kocht het bedrijf in 2015 de vloeibare-bulkactiviteiten van de Belgische Sitra Group en werd een jaar later Interbulk overgenomen. In 2017 kwam daar nog de acquisitie bij van Bulkcon in Noord-Europa. Hoewel het bedrijf elke vijf jaar de omzet weet te verdubbelen, zou Den Hartogh graag zien dat de omzetstijging nog wat harder ging. ‘Vooral de autonome groei mag wat sneller.’

Groeimarkt

Die stijging moet deels komen uit Azië. ’Dat zien we echt als een groeimarkt. Kijk naar China. Daar is een grote middenklasse aan het ontstaan. Veel consumenten krijgen een hoger besteedbaar inkomen en gaan meer kopen. Er zijn zoveel producten die chemische componenten bevatten: auto’s, koelkasten, gordijnen, noem maar op. En de bestedingen blijven voorlopig doorgroeien. Dus daar liggen veel mogelijkheden voor ons. De samenwerking met MOL moet ons daarbij helpen. In het bedrijfsleven draait veel om vertrouwen. En in Azië is MOL een bekende naam. Dat kan zeker helpen om nieuwe zakenpartners over de streep te trekken.’

Inmiddels heeft Den Hartogh drie vestigingen in China, waarbij het hoofdkantoor in Shanghai staat. ‘Het voordeel van China is dat veel vervoer plaatsvindt over land. Voor ons biedt dat natuurlijk mogelijkheden. Tevens verspreidt de chemiesector zich daar steeds verder. Hierdoor wordt het gebruik van De Nieuwe Zijderoute per spoor interessant. Als je lading van West-China naar Italië of Oost-Europa moet transporteren, is dit een goede optie.’

De ambities van Den Hartogh voor de lange termijn reiken verder. ‘Ook India en de Verenigde Staten staan op het verlanglijstje. Maar eerst richten we ons op het opbouwen van een netwerk in Azië, met China in het bijzonder. We moeten niet te veel tegelijk doen.’

Beste werkgever
Eerder dit jaar werd Den Hartogh verkozen tot beste werkgever in transport en logistiek. Wat maakt het bedrijf zo’n goede plek om te werken? Pieter den Hartogh legt uit: ‘Het is belangrijk om respectvol met je mensen om te gaan. Dat klinkt heel logisch, maar in de praktijk zie je nogal eens dat dit verwatert op het moment dat de zaken minder goed gaan. Wij willen ook als het tegenzit goed met onze personeelsleden om blijven gaan. Ook kijken we goed naar ‘people development’.
We bieden onze medewerkers de mogelijkheid om opleidingen te volgen en financieren dat ook gedeeltelijk. Dat kan ontwikkeling zijn in verticale richting, voor mensen die hogerop willen, maar het kan ook horizontaal zijn, voor mensen die hun kennis en vaardigheden willen verbreden.’
Volgens Den Hartogh is een van de voordelen van het Rotterdamse bedrijf dat het wereldwijd opereert. ‘Daardoor kunnen personeelsleden in andere delen van de wereld werken, als ze daar interesse in hebben. Zo kan een medewerker die dat wil, voor enkele jaren naar een van onze vestigingen in Azië. Daarnaast hebben we een continu streven om te verbeteren. We denken elke dag na over wat we beter kunnen doen. Daarbij wordt eigen initiatief aangemoedigd. Dat maakt de werknemers betrokken bij de organisatie en bij het beleid, omdat ze het gedeeltelijk zelf hebben vormgegeven. Een andere belangrijke pijler is dat we geven om elkaar. Als je merkt dat iemand het moeilijk heeft, probeer hem te helpen. Niet door zijn werk over te nemen, maar wel door uit te leggen hoe het werk efficiënter of simpeler kan. Ook als er problemen zijn in de privé-sfeer zijn we er voor elkaar. Als een chauffeur naar huis moet vanwege familieomstandigheden, vragen we niet of hij nog snel een lading mee kan pakken, maar brengen we hem meteen naar huis om zijn familie bij te staan.’