De Rabobank schetst in haar jongste sectoronderzoek een somber beeld. De bank vraagt aandacht van ondernemingen voor beter management, betere financiële controle en voor samenwerking in de gehele logistieke keten bij de verwerking van gegevens die ICT kan opleveren.

Voor de komende jaren voorspellen de Rabo-economen dat de druk op transportbedrijven alleen maar zal toenemen. De marges gaan door omzetverhoging zeker niet omhoog, de economie koelt af en het aantal faillissementen zal stijgen.

Kaalslag

De kaalslag dreigt vooral bij bedrijven die generieke producten aanbieden, zoals container- of groupagevervoer. Maar zelfs bij zulke bedrijven kan een aanvaardbaar rendement worden behaald, mits ze over goed management beschikken en gebruikmaken van de mogelijkheden die de informatica hun aanreikt.

De marges zijn in de sector de laatste jaren gedaald, terwijl de omzetten toenamen en het economisch klimaat mee zat. De Rabobank hanteert de vuistregel dat een gezond bedrijf, afhankelijk van de markt waarin het actief is, een rendement na belastingen van 1,5 tot 14% van de omzet moet behalen.

Goede aansturing

Er zijn ook in het container- en groupagevervoer bedrijven die een nettomarge van 3% weten te realiseren. Dat is te danken aan een ‘goede aansturing van de onderneming’ en aan goed inzicht in de financiële en operationele prestaties. Helaas, constateert de bank, ‘zijn er nog meer bedrijven die niet het rendement halen dat bij hun profiel hoort’.

Zo trachten nog steeds veel bedrijven wel hun omzet te verhogen, zonder zich af te vragen aan welk deel van de omzet ze goede marges overhouden en welke activiteiten ze misschien beter buiten de deur kunnen zetten. Dit doet zich vooral bij kleine en middelgrote bedrijven voor. Daar komt de vergrijzing bij: veel familiebedrijven kampen met een opvolgingsprobleem.

Het bedrag voor verduurzaming van de vloot is door de bedrijfstak wegvervoer niet op te brengen.

Dat kleinere en middelgrote bedrijven aansluiting zoeken bij collega’s noemt de bank geen slechte ontwikkeling, mits daarmee ook wordt gezorgd voor margeverbetering. Voor een grotere onderneming, ontstaan door fusies of overnames, is een ‘ander management’ nodig: ‘hoger opgeleid en met meer kennis van ICT en financiën’.

Daarbij komt dat bedrijven steeds meer met de noodzaak van verduurzaming worden geconfronteerd. Die vergt forse investeringen in het materieel, waarvoor echter in de sector als geheel de middelen ontbreken als gevolg van de te lage marges.

Consument betaalt

De bank is bijvoorbeeld somber over de overgang naar elektrische vrachtauto’s. Een simpele berekening leert dat een elektrische truck ongeveer een derde duurder is dan een dieseltruck.

Vervanging van de hele Nederlandse vloot van circa 140.000 vrachtauto’s door elektrische voertuigen kost ongeveer 4,2 miljard euro, er van uitgaande dat dit geleidelijk zal gebeuren, in een periode van acht jaar (de afschrijvingstermijn van een gemiddelde truck). Dat komt dus uit op een half miljard euro per jaar.

Dit bedrag is door de bedrijfstak wegvervoer niet op te brengen. De conclusie is dat de investering aan de afnemer van logistieke diensten en uiteindelijk aan de klant moet worden doorberekend.

ICT

De bank benadrukt het belang van ICT en de juiste toepassing daarvan. ‘Ervaring leert dat ondernemingen die minimaal wekelijks inzicht hebben in de omzetten en kosten per klant een beter resultaat hebben.’ Maar veel bedrijven kopen dure systemen, die echter in hun geval niet werken. Ze zijn wel overtuigd van de noodzaak van een ‘goede ICT-infrastructuur’, maar ‘weten niet wat het inhoudt’.