Dat blijkt uit een brief die minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Dit jaar moet meer duidelijkheid ontstaan over de precieze taakverdeling tussen de nationale dienstaanbieder en particuliere aanbieders van diensten aan gebruikers van het tolsysteem. De nationale aanbieder wordt waarschijnlijk een overheidsinstantie.

Rolverdeling

Met Rijkswaterstaat, de Rijksdienst voor het Wegverkeer, de Inspectie Leefomgeving en Transport en het Centraal Justitieel Incassobureau werkt Van Nieuwenhuizen de rolverdeling van deze instanties bij de uitvoering van de tol uit.

Die uitwerking moet in het voorjaar van 2019 gereed zijn. Doel is tot één organisatie te komen die de regie over de heffing en de aanwijzing van particuliere toldienstaanbieders op zich neemt. Wat adviseur PwC betreft, wordt dit één al bestaande overheidsorganisatie, die operationele taken vervolgens kan uitbesteden aan particuliere aanbieders.

On-board unit

In de praktijk zal het Nederlandse systeem weinig afwijken van dat in omringende landen. Er komt één on-board unit, die in principe ook in die omringende landen kan worden gebruikt. De tarieven per kilometer worden gedifferentieerd naar gelang de gewichtsklasse en de Euro-milieucategorie van het voertuig. De tol gaat in Nederland gelden op alle autosnelwegen en op een deel van het onderliggende wegennet. Overwogen wordt een on-board unit in te voeren die op alle openbare wegen in Nederland bruikbaar is.

Dit jaar wil de minister de contractering van particuliere aanbieders van toldiensten voorbereiden. Er komt ook een ‘agenda’ voor de zogeheten ‘terugsluis’, waarbij een deel van de tolopbrengst ten goede komt aan bevordering van innovatie en verduurzaming van het wegvervoer.

Lees ook: