Een jaar geleden werd besloten dat vrachtwagenchauffeurs hun wekelijkse ‘lange’ rusttijd van 45 uur niet meer volledig in de cabine zouden mogen doorbrengen. Dit raakt vooral Oost-Europese chauffeurs. Zij moeten gebruikmaken van een geschikt onderkomen. Het voornemen leidde tot een nog steeds lopende controverse tussen de Commissie en vertegenwoordigers van de transportsector. Het maakt ook een scheiding tussen Oost- en West-­Europese belangen duidelijk.

Een volledige implementatie van de voorstellen heeft dramatische consequenties. Niet alleen voor transport­ondernemingen, maar ook voor verladers in heel Europa. Ook gemeenten en toezichthouders worden niet ­gespaard. Voor honderdduizenden zware vrachtwagens die zich over de Europese snelwegen bewegen, moet elke week voor steeds twee dagen parkeerplek worden gevonden. En ook geschikte slaapmogelijkheden in hotels of ‘hotel-achtige’ gelegenheden voor de chauffeurs.

Cabine

Tot nu toe brengen de truckers de lange wekelijkse rustperiode vrijwel uitsluitend in hun slaapcabine door. Ze zetten daarvoor hun truck bij wegrestaurants, op parkeerplaatsen langs de snelweg, of in de directe omgeving van industrieterreinen of logistieke centra – daar waar ze direct voor of na hun rusttijd lading afhandelen.

Met de maatregelen wil de Europese Commissie de risico’s reduceren die oververmoeide chauffeurs vormen voor het verkeer. Tevens moeten zo de arbeidsvoorwaarden, de levenskwaliteit en de concurrentieverhoudingen tussen transportbedrijven in verschillende EU-lidstaten geharmoniseerd worden. 

Veel ondernemingen in het wegvervoer zetten vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van het Europese voorstel. Ze waarschuwen voor ongewenste en contraproductieve gevolgen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid voor de chauffeurs of de kans op diefstal van lading als de truck onbemand op een parkeerterrein staat.

Opties

Ondernemingen kunnen een eigen net van vrachtwagenparkings opzetten. Dat is echter een kostbare zaak en niet op korte termijn te realiseren. Een andere mogelijkheid is het opzetten van estafetteverkeer, waarbij langs verschillende routes ‘pleisterplaatsen’ worden opgezet als uitvalsbasis voor chauffeurs, die elkaar dan afwisselen – zoals de paarden vroeger werden gewisseld bij postkoetsen. Een chauffeur rijdt tot deze hub, wacht op een truck die hij of zij terug moet rijden en is op tijd weer thuis.

De derde mogelijkheid is dat transportondernemingen ervoor zorgen dat chauffeur en truck binnen het maximale aantal dagen weer ‘thuis’ zijn. Dit zal echter leiden tot meer korte ritten en vaker ‘leegrijden’ van de truck, wat zowel uit economisch als uit ecologisch oogpunt ongewenst is. Daarnaast zou je meer chauffeurs nodig hebben om de gelijke hoeveelheid lading te vervoeren – chauffeurs die echter nauwelijks te vinden zijn.

De nieuwe regels maken het beroep minder interessant

Er spreekt meer tegen het Europese voorstel. De lonen van chauffeurs uit het oosten bestaan voor een groot deel uit toeslagen, die deels wegvallen als zij minder lang onderweg zijn. Dat maakt het beroep minder interessant. Aan de andere kant zijn overnachtingen in hotels voor deze chauffeurs nauwelijks te betalen, net als overigens het tussentijds heen en weer reizen naar huis tijdens de lange pauze. En zelfs als ze naar huis zouden reizen, is de kans groot dat de truckers niet heel uitgerust weer achter het stuur kruipen – wat nu juist een van de beoogde resultaten zou moeten zijn van de nieuwe regelgeving.

Onderzoek

Conclusie: het is lastig een uitgebalanceerd oordeel te geven over de impact van de voorgestelde regelgeving. Dat het een goed streven is om het aantal vrachtwagenongevallen terug te dringen en tevens te zorgen voor betere arbeidsomstandigheden voor chauffeurs, staat buiten kijf. Ook een poging het verschil in arbeidsvoorwaarden tussen West- en Oost-Europese bedrijven te verkleinen is prima. De voorgestelde maatregelen brengen echter een te groot risico op contraproductieve effecten met zich mee, voor een groot aantal partijen die direct of indirect met het wegvervoer te maken hebben. 

Het blind invoeren van de nieuwe regels, zonder rekening te houden met het gebrek aan geschikte rustgelegenheden voor chauffeurs en zonder economisch adequate oplossingen voor transportondernemingen, schiet zijn doel voorbij. Het is zaak een zorgvuldige analyse te maken en te onderzoeken hoe de nieuwe regels uitwerken, vooral in Oost-Europese economieën. Daarnaast is het zaak de stem van de betrokken chauffeurs te horen. In de tussentijd, als overgangsmaatregel, zou de praktijk zoals die nu bestaat waarbij chauffeurs langere tijd hun slaapcabine gebruiken, niet strafbaar gesteld moeten worden.