De nieuwste en duurste autosnelweg van Vlaanderen, de A11 tussen Brugge en Westkapelle, langs de haven van Zeebrugge, trekt amper wagens aan. De snelweg is sinds einde augustus vorig jaar in gebruik.

De A11 is slechts 12 km lang, maar heeft wel 674 miljoen euro gekost. Op een gemiddelde werkdag rijden er maximaal 2.250 vrachtwagens en 7.750 andere voertuigen, meldt het Vlaams Verkeerscentrum in het Rapport Verkeersindicatoren Snelwegen over 2017. In vergelijking met de drukste Vlaamse snelweg, de oostelijke strook van de Antwerpse Ring (140.000 voertuigen per dag) is dit erg weinig.

In De Tijd nuanceert woordvoerder Peter Bruyninckx van het Verkeerscentrum die cijfers met de opmerking dat de nieuwe snelweg nog niet is opgenomen in heel wat gps-systemen. Hij wijst er ook op dat de cijfers alleen de laatste vier maanden van het jaar betreffen, met daarin twee vakantieperiodes. Bovendien vervult de snelweg zijn hoofddoel, het weghalen van het vrachtvervoer uit de dorpskernen in de omgeving.

Negatieve berichten over gloednieuwe wegen vormen stilaan en historische traditie in België. Bij de aanleg van de E313 tussen Antwerpen en Luik, in 1959, vroegen velen zich af wie er ooit gebruik zou maken van die weg, met een noordelijk uitgerekt en landelijk tracé, ver van steden zoals Leuven en Diest. En toen in 1969 de Kennedytunnel werd geopend, ontwerpen om per uur 4.500 wagens te verwerken, viel het woord ‘grotesk’.