De minister van Infrastructuur en Waterstaat schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer in antwoord op vragen van de leden Cem Laçin en Jasper van Dijk van de SP. Een verbod op het rijden met lichte en lege vrachtauto’s bij weercode Rood wil ze echter niet opleggen.

Volgens Van Nieuwenhuizen is de uiteindelijke beslissing om tijdens extreme weersomstandigheden te rijden een ‘gedeelde verantwoordelijkheid van opdrachtgever, vervoerder en chauffeur’. De laatste moet dus mede kunnen bepalen of er met lege aanhangers en kleine vrachtauto’s nog wel verantwoord kan worden gereden.

De vragen werden gesteld na de zeer zware storm die op donderdag 18 januari over Nederland raasde. De minister is daarna dadelijk met de transportsector om de tafel gaan zitten om te bespreken welke maatregelen in zulke gevallen moeten worden genomen. Binnenkort komt Van Nieuwenhuizen met de uitkomst van dit overleg in de Tweede Kamer.

Ze stelt dat werkgevers de plicht hebben om chauffeurs in te lichten over de risico’s van het rijden bij zwaar weer, zowel ‘voor henzelf als derden in het verkeer. Informatie over slecht weer dat rijden met trucks kan bemoeilijken moet aan alle verkeersdeelnemers, ook niet-Nederlandstaligen, tijdig worden verstrekt.

Op 18 januari zijn zeker 66 ongevallen gemeld met vrachtauto’s die tijdens zware windstoten van de weg werden geblazen. In veel gevallen bleek, volgens voorlopig onderzoek, dat lege trailers de oorzaak waren. Ook lichte vrachtauto’s zonder belading werden omvergeblazen.

De vragenstellers uit de Tweede Kamer willen ook weten of de minister bereid is de schade, bijvoorbeeld aan het wegennet en wegens het wegslepen van voertuigen, te verhalen op transporteurs en andere opdrachtgevers tot het vervoer. Ook daar komt Van Nieuwenhuizen later op terug.