‘Geen nieuw dok uitgraven in Antwerpen is waanzin.’


Met die slagzin reageert advocaat en professor havenrecht Eric Van Hooydonk in De Standaard op een opinieartikel van die krant met precies de omgekeerde inhoud daarvan.

Van Hooydonk is advocaat en professor havenrecht aan de universiteit van Gent. Hij is ook voorzitter van Watererfgoed Vlaanderen. De Standaard had enkele dagen eerder gepleit om meer in te zetten op de bestaande, niet op volle capaciteit gebruikte containerterminals in Zeebrugge. Een nieuw dok bouwen in Antwerpen zou ‘waanzin’ zijn wegens de negatieve effecten op de mobiliteit. Niet alleen de wegen rond Antwerpen zijn oververzadigd, ook de Liefkenshoektunnel bereikt zijn volle capaciteit. Een nieuw dok zou dit probleem alleen verergeren.

Die argumentatie loopt mank, stelt Van Hooydonk nu. Naar of van de haven rijdende containertrucks zijn op de wegen van en naar Antwerpen van marginaal of onbeduidend belang. ‘Wie de tellingen niet gelooft, kan dat op de weg elke dag met eigen ogen vaststellen’, zegt hij. Bovendien passeren langs Antwerpen ook containers van en naar Rotterdam en andere Noordzeehavens. ‘Het Antwerpse verkeersinfarct is niet door de Antwerpse haven veroorzaakt, maar door de algemene economische ontwikkeling sinds de sixties, gecombineerd met het stilvallen van investeringen in openbare werken sinds de seventies.’

Het grote voordeel van Antwerpen is zijn diep landinwaartse ligging, dicht bij de eindbestemmingen en vertrekpunten van ladingen. Daarom kiezen transportbedrijven liever voor Antwerpen voor Zeebrugge. Bovendien zouden trucks die die in het ‘perifere’ Zeebrugge of in andere nabije Noordzeehavens containers ophalen net zo goed over Antwerpse wegen denderen.