De goede stemming in het Nederlandse wegvervoer en de logistieke dienstverlening zette zich voort in het derde kwartaal van dit jaar.


De meeste ondernemers in het wegvervoer kenden in juli, augustus en september een hogere bedrijvigheid, meer omzet en winst en hogere prijzen. Het prijsniveau is volgens veel ondernemers echter nog niet hoog genoeg.

Dat blijkt uit het jongste conjunctuurbericht van Transport en Logistiek Nederland (TLN). Veel bedrijven in het wegvervoer en de logistieke dienstverlening hadden het in het derde kwartaal ‘enorm druk’. De helft van de bedrijven kwam mensen te kort om alle werk goed aan te kunnen.

De vraag naar personeel is groot en wordt volgens de meeste ondernemers nog steeds groter. Driekwart van hen heeft grote moeite om vacatures op te vullen.

De stemmingsindicator die in het TLN-onderzoek aangeeft hoe ondernemers denken over het zakelijke klimaat, steeg naar 8,5 punten, de hoogste stand in de laatste tien jaar. We moeten terug naar het pre-crisisjaar 2007 om een hogere waarde te vinden. In het derde kwartaal van vorig jaar stond deze indicator op 7,3.

De stemmingsindicator bereikte in het derde kwartaal bij grote bedrijven een niveau van 9,8. In het internationaal vervoer kwam hij uit op 9,0, bij middelgrote bedrijven op 8,5, bij logistieke dienstverleners op 8,4 en bij expediteurs op 8,3.

Binnenlands opererende vervoerders gaven het zakelijk klimaat een 8,1, kleine bedrijven en zzp’ers bleven iets achter met respectievelijk 7,5 en 7,7. Het derde kwartaal pakte al met al nog veel beter dan de meeste ondernemers in het tweede kwartaal hadden durven voorspellen.

Internationale vervoerders waren in de afgelopen jaren minder juichend over het zakenklimaat dan binnenlands opererende bedrijven. Dat kwam door de felle concurrentie uit het buitenland, met name uit Oost-Europa. In het derde kwartaal waren internationale vervoerders juist positiever.

Dat kwam ongetwijfeld mede door de spoorversperring bij het Zuid-Duitse Rastatt, die het wegvervoer in het derde kwartaal gedurende twee maanden veel meer werk opleverde. Zo hadden Italië-specialisten over de weg het in die periode extra druk. Maar ook vervoer van en naar België en Duitsland kreeg duidelijk meer te doen.

De omzetten in het Nederlandse wegvervoer namen in het derde kwartaal sterk toe. De indicator hiervoor steeg van 7,1 in dezelfde periode vorig jaar naar 8,3 nu. Dat was voor veel ondernemers verrassend. Van hen voorspelde in juni dit jaar 36% een omzetstijging, maar uiteindelijk zag 60% het zakencijfer toenemen.

Bij grote bedrijven steeg de omzet met gemiddeld 6,3%, bij middelgrote bedrijven met 5,8%. De zzp’ers bleven iets achter, met 4,6%, terwijl kleine bedrijven het met een plus van 2,9% moesten doen. In het binnenlands vervoer nam de omzet met 4,6% toe, wat een punt minder was dan in het tweede kwartaal. In het internationale vervoer was er juist een krachtige stijging van 6,6% in vergelijking met het tweede trimester (toen 3,3%).

Over de winst zijn veel ondernemers nog niet tevreden, maar de stemmingsindicator ging hier wel omhoog naar 7,0. Het oordeel over het tweede kwartaal bleef beperkt tot 6,5 en dat over het eerste tot 6,4. Bij 46% van de bedrijven ging de winst in het derde trimester omhoog, terwijl maar 17% een daling rapporteerde.

Dat de winstbeoordeling achterblijft, komt door het nog te lage prijsniveau, zeggen veel ondernemers. De prijzen gaan wel omhoog, maar niet in dezelfde mate als de bedrijvigheid en de omzet. Veruit de meeste bedrijven zitten intussen wel op winst, namelijk 81%. Van de zzp’ers houdt 93% onder de streep een rendement over. Slechts 6% van de bedrijven bleef in het derde kwartaal op verlies zitten.

Dit zijn allemaal zeer gunstige uitkomsten als we vergelijken met de laatste vijf jaar. Ook met de financiële positie van wegvervoerders gaat het crescendo. Volgens 14% van de ondernemers is die zeer sterk en volgens 54% sterk. Nog eens 26% beoordeelt de financiële positie als ‘gemiddeld’. Slechts 6,4% noemt deze zwak tot zeer zwak.

Bijna driekwart van de ondernemingen kan een ‘bomvolle’ orderportefeuille overleggen. Niet meer dan 4% klaagt over te weinig opdrachten voor de komende tijd. Grote bedrijven geven hun orderpositie een vette 10. Zzp’ers blijven daar met 9,9 nauwelijks bij achter. Vrijwel alle deelmarkten hebben ruim voldoende werk voorhanden.

De meeste bedrijven komen tegelijk handen te kort om het werk aan te kunnen. Gemiddeld heeft bijna de helft van hen (49%) een groot probleem om aan goed personeel te komen. Bij grote bedrijven is dat percentage zelfs 68. De vacaturegraad is in de bedrijfstak gemiddeld 4,1%, het hoogste percentage sinds jaren.