Op de koper zelf rust de plicht het voertuig netjes door het verkeer te leiden, daarbij overigens geholpen door steeds meer vernuftige instrumenten die het besturen vereenvoudigen en die ongelukken kunnen voorkomen. Het is bijna altijd de domheid van de bestuurder, zelden een fabricagefout van de autobouwer, die brokken veroorzaakt.

Het is dan ook de bestuurder die aansprakelijk is voor schade. De fabrikant dan wel de garagehouder komt pas als (mede)aansprakelijke in beeld als een ondeugdelijke rem of stuur-inrichting is geleverd, of een ander essentieel onderdeel dat het noodlottige ongeval kan verklaren. De introductie van het in konvooi rijden van vrachtauto’s en van de eerste experimentele wegvoertuigen die zichzelf kunnen besturen, gaat dit rechtsbeginsel – de bestuurder is de eerst aansprakelijke – de komende jaren echter omkegelen.

De koper van zulk een ‘autonoom’ voertuig mag er immers op vertrouwen dat, zoals de fabrikant hem belooft, een bestuurder niet meer nodig is. Het is voldoende de coördinaten in te geven van het adres waar het naartoe moet rijden. De computer wordt gelijkgesteld met de menselijke hersenen, althans op het niveau dat nodig is om een wegvoertuig te besturen. Nu zijn niet alleen de deugdelijkheid van rem en stuurinrichting meer bepalend voor de goede werking, maar ook de besturing van het integrale voertuig, met zijn automatische piloot.

De integratie van menselijk vernuft en mechanische kracht, samengebald in een auto, heeft in het verleden aanzienlijk leed veroorzaakt. Vertrouwen op ‘de techniek’ bleek een te smalle basis om veilig auto te rijden, zoals in Nederland onder anderen een bekende zanger en een befaamde voetballer, vele jaren geleden verwikkeld in dodelijke ongevallen, moesten ervaren. Deze bestuurders, die er zelf verder ongeschonden van af kwamen, hebben er een levenslang trauma van opgelopen. Dat autonoom rijdende auto’s nog niet veiliger hoeven te zijn dan auto’s waarin een bestuurder van vlees en bloed de pedalen, het stuur en de knoppen bedient, bleek onlangs in de Verenigde Staten, toen een auto van Tesla, in vrij stil verkeer, autonoom volledig de fout in ging.

Juristen en ethici breken zich het hoofd over de vraag wanneer een automobilist zich straks volledig mag verlaten op de autonome gaven van zijn/haar voertuig, en dus zelf, ook buiten de file, gewoon de Volkskrant, de Telegraaf, de kwartaalcijfers of het jongste rapport van de Commissie Verkeersveiligheid op hun schoot kunnen leggen. Volksstammen, naar verluidt vooral in Schotland, controleren nog even of het lichtje in de ijskast wel is uitgegaan nadat ze de deur hebben gesloten. De neiging bij menig automobilist zal groot zijn om niet volledig te vertrouwen op zijn of haar toekomstige, autonome, potentiële moordwapen.

Dat het zelfsturende voertuig het wegverkeer toch echt veiliger maakt dan een voertuig bestuurd door iemand die na een lang optreden, een zware wedstrijd of een wat uitgelopen bedrijfsborrel het stuur nog volledig in handen meent te kunnen nemen, zullen fabrikanten eerst moeten bewijzen. Pas dan kunnen rechtsgeleerden uitmaken wie in de zelfrijdende toekomst aansprakelijk is. Het schemergebied is nog te groot en daar houden wetten niet van.