Het ging om een proef van POM West-Vlaanderen en de Vlaamse Landmaatschappij. POM staat voor Provinciale Ontwikkelings Maatschappij. De lading werd van de heropende terminal in Wielsbeke overgebracht naar het Noord-Franse Péronne.

Voor het vervoer, over klein vaarwater, werd gebruik gemaakt van een aangepaste duwboot en duwbakken. Het vaarwater is geschikt voor CEMT-klasse IV en kleiner.

De lading was afkomstig van Fita Compost. Het vervoer namen de binnenvaartoperators CBO en L. Broeckaert-De Koning voor hun rekening.

Volgens POM West-Vlaanderen liggen er goede kansen voor meer vervoer van gedroogde mest en andere bodemverbeteraars over het water naar Noord-Franse bestemmingen. Nu gaat nog ongeveer 500.000 ton van deze producten over de weg. De marktpotentie voor de binnenvaart wordt geschat op 50.000 tot 75.000 ton op jaarbasis.

Werd de proef genomen via de terminal in Wielsbeke, in de toekomst zou ook gebruik kunnen worden gemaakt van het binnenvaaartplatform Roeselare-Izegem, dat in ontwikkeling is.

Bij de proef is gebleken dat als retourlading ontbreekt het vervoer van bodemverbeteraars over het water niet kan concurreren met wegvervoer. Kan de halve capaciteit van het schip op de terugweg worden gevuld, dan zijn de kosten gelijk aan die van het wegvervoer. Wordt de volledige capaciteit ook op de terugweg gebruikt, dan is het binnenschip 10% goedkoper.