De vrachtprijzen stegen weliswaar iets, maar bleven ver onder het gewenste niveau. Intussen steeg diesel in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar met 10%. Bijna alle transportbedrijven hadden grote moeite die stijging geheel of gedeeltelijk aan hun klanten door te berekenen. “We kunnen niet nog meer betalen”, zouden verladers bij prijsonderhandelingen zeggen.

Slechts één op tien ondernemers slaagt er geheel in de hogere brandstofrekening door te schuiven naar de klant. Bijna 70% van de bedrijven hanteert wel een brandstofclausule, maar krijgt daarmee toch te weinig compensatie voor de dieselprijsstijging. Bijna één op twee bedrijven neemt de hele kostenstijging voor eigen rekening.

Door de prijsstijging van olie is diesel een steeds grotere kostenpost voor wegvervoerders geworden. Het aandeel brandstof in de totale kostprijs varieert nu al van 23 tot 33%. Dat laatste percentage geldt voor het containervervoer, het internationaal stukgoedvervoer en voor het agrarisch transport. In de nationale distributie en groupage heeft brandstof een aandeel in de kostprijs van 26%.

Over de bedrijvigheid waren ondernemers het afgelopen kwartaal zeer slecht te spreken. Er rolde een rapportcijfer uit van 4,4. In het eerste kwartaal vorig jaar werd het niveau van activiteiten nog met 7,8 gewaardeerd. Toch viel het de meeste ondernemers kennelijk nog mee, want bij de vorige enquête voorspelden ze voor het eerste kwartaal van dit jaar een 4,1. Het lichtpuntje is hier dat voor het tweede kwartaal gemiddeld een 4,8 wordt gegeven.

Daarmee zijn we er nog niet, want het aantal ondernemers dat op verdere verslechtering tekent is, met 31%, nog steeds iets groter dan het percentage ondernemers dat uitgaat van een verbetering (18%).

Het eerste kwartaal leverde de grootste omzetdaling sinds 2009 op. Voor de derde keer op rij daalde de omzet, en wel met gemiddeld 3,7%. De omzet van zelfstandigen zonder personeel ging meer dan 10% omlaag. Grote bedrijven trokken het gemiddelde echter op; bij hen daalde de omzet met ‘slechts’ 2,2%.

De slechte omzetontwikkeling wijt TLN gedeeltelijk aan het feit dat vervoerders uit andere EU-lidstaten, veelal uit het oosten van Europa, nu ook binnenlands vervoer wegkapen bij hun Nederlandse branchegenoten. Dit door middel van cabotage. Tot voor kort gold voor nieuwe lidstaten nog een overgangsfase in het cabotageregime, met sterke beperkingen. Tegenwoordig moeten ze voldoen aan precies dezelfde voorwaarden als bijvoorbeeld een Nederlandse vervoerder in het buitenland.

Volgens TLN signaleren leden dat buitenlandse voertuigen ‘onafgebroken binnen Nederland’ goederen vervoeren. Dat kan duiden op overtreding van de cabotageregels. De organisatie dringt erop aan dat veel beter op de naleving ervan wordt toegezien.

Net als de bedrijvigheid en de omzet daalde ook de winst. Twee op de tien ondernemers zag niettemin kans het rendement op te voeren. Bij 30% bleef dit gelijk en bij 51% was er een daling. Het oordeel over de winst daalde van 5,1 in het eerste kwartaal vorig jaar naar 3,8. Dat was het laagste niveau in twee jaar.

De vrachtprijzen lieten bij de meeste bedrijven, iets meer dan vier op de tien, een stijging zien. Bij één op de tien was er een daling. Maar het niveau van de vrachtprijzen valt tegen. Dat komt ook weer door de buitenlandse concurrentie, die de vrachtprijzen onder druk zet. Voor het tweede kwartaal wordt per saldo een stijging van de vrachtprijzen verwacht. Het aantal bedrijven dat hierop rekent, overtreft het aantal dat vreest voor een daling ruimschoots.

Het eerste kwartaal gaf een toename van het aantal faillissementen te zien van 48%. Er gingen 65 bedrijven over de kop. In het eerste kwartaal van vorig jaar waren dat er 44. Voorts werden er 155 transportbedrijven geliquideerd, 15% meer dan in de eerste maanden van 2011.