Dat zegt Euler Hermes, één van de grootste kredietverzekeraars ter wereld. In heel Europa hebben magazijnen nu voorraden die voldoende zijn voor verkoop binnen 52 dagen. Dat zijn vier dagen meer dan vorig jaar rond deze tijd. Het midden- en kleinbedrijf beschikt over voorraden voor 58 dagen.

Een teken van weelde is dat, om het in wielertermen te zeggen, niet. Te grote voorraden kosten bedrijven geld, omdat werkkapitaal wordt vastgelegd en het risico van veroudering op de loer ligt, zegt Johan Geeroms, hoofd Risk Underwriting van Euler Hermes in Den Bosch.

Prijzen dalen

Volgens Geeroms zullen de productie en de prijzen van goederen ‘logischerwijs’ gaan dalen. Hij wijt dit aan de ‘toegenomen onzekerheid wereldwijd’. Het aantal bedrijven dat de voorraden als ‘te groot’ beoordeelt is nu even groot als in 2011, het jaar waarin de crisis in de eurozone een hoogtepunt bereikte.

De voorraadvorming nam het afgelopen jaar het sterkst toe in Spanje, met elf dagen extra doorlooptijd. In Duitsland was er een toename van zes dagen. Daar liggen loodsen en magazijnen tot de nok toe vol, met goederen die meer en meer hun, economische, uiterste verkoopdatum naderen.

Bull whip

Wat Euler Hermes documenteert is een klassiek voorbeeld van wat in de logistiek bekend staat als de ‘bull whip’, ofwel het opslingereffect. Trekt de economie aan, dan zullen partijen in de keten vragen om meer productie en de vorming van tussen- en eindvoorraden, omdat de markt daarom vraagt. Doorloop­tijden worden korter. Een omgekeerd effect is er helaas ook, als een periode van opgaande conjunctuur ten einde lijkt te lopen en voorraden zich in logistieke panden beginnen op te hopen.

Onzekerheden

Van een echte recessie is mondiaal gezien nog geen sprake. Maar er zijn omineuze ontwikkelingen. Zo voorziet de IATA, de internationale luchtvaartorganisatie, dat er zich dit jaar waarschijnlijk een krimp voordoet in het vervoer van luchtvracht. Het aanbod van luchtvracht is altijd een ‘vroege indicator’ van de conjuncturele stand van zaken.

Neemt luchtvracht toe, dan duidt dit erop dat bedrijven snel nieuwe of groeiende markten willen bereiken en daarvoor best – luchtvervoer is relatief duur – extra geld overhebben. De nu waargenomen daling suggereert dat markten verzadigd raken. Daar duidt het Euler Hermes-onderzoek, wat de benuttingsgraad van magazijnen betreft, ook op. Voorraden nemen hand over hand toe, afnemers laten het afweten.

In de scheepvaart zien we deze ontwikkeling nog niet. De containerdoorzet in havens wereldwijd neemt volgens de gezaghebbende indicator van de instituten RWI en ISL nog steeds ‘trendmatig’ toe. Deze index vertoonde een forse daling na de crisis van 2009 en de dip van 2012, maar heeft sindsdien alleen de weg omhoog opgezocht. Dit heeft vooral te maken met de toenemende containerisatiegraad in de wereldwijde scheepvaart en de opkomst van landen die aan het internationale goederenvervoer gaan deelnemen.