De Duitse staatssecretaris van Defensie, Peter Tauber, heeft dit principebesluit maandag meegedeeld aan het defensie-comité van de Bondsdag, die daar nog wel mee moet instemmen. Bovendien kan het verliezende volledig Duitse consortium van German Naval Yards en ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS) nog tegen het besluit in beroep gaan.

Damen bevestigde dinsdagmiddag dat de Duitse regering van plan is het project te gunnen aan Damen als hoofdaannemer, met Blohm + Voss en Thales Nederland als partners. De laatste levert alle elektronische systemen, waaronder  radar- en infraroodapparatuur en vuurgeleidingssystemen. Damen streeft ernaar dat 80% van de investeringen terecht komt bij het Duitse bedrijfsleven. Voor Thales, waarvan het moederbedrijf Frans is, is dat 70%.

Veel details zijn nog niet bekend, zoals wanneer de marineschepen in de vaart zouden moeten komen. De opdracht bevat overigens een optie op nog twee fregatten. De reputatie van Damen op het gebied van tijdig opleveren zou een doorslaggevende rol gespeeld hebben bij de keuze voor het Nederlandse bedrijf.

De schepen worden 155 meter lang en krijgen een waterverplaatsing van 9000 ton. Ze moeten voor veel verschillende doeleinden kunnen worden ingezet, zoals bestrijding van piraterij, humanitaire hulpverlening en het beschermen van een eskader marineschepen tegen vliegtuigen en onderzeeboten.

Om dit mogelijk te maken, moeten verschillende modules worden meegeleverd, waarmee een fregat snel per missie kan worden aangepast. Tot nu toe zijn er twee van zulke modules gepland; een voor onderzeebootbestrijding en een ‘gevangenis’-module met cellen voor onder meer piraterijbestrijding. Eenmaal op locatie moeten ze daar twee jaar kunnen blijven, waarbij de bemanning elke vier maanden wordt gewisseld.

In een eerder stadium was al ander Duits consortium afgevallen, dat van ThyssenKrupp Marine Systems met Lürssen Werft uit Bremen. TKMS bleef in de race door zich vervolgens bij German Naval Yards uit Kiel aan te sluiten. En Lürssen behoort alsnog tot de winnaars, want die is sinds 2016 eigenaar van Blohm + Voss. Het is niet alleen voor Damen veruit de grootste opdracht ooit, omgekeerd is het ook de grootste marine-order uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek.

Al deze Duitse werven kennen een lange traditie in de bouw van oorlogsschepen, maar hebben zich de laatste jaren, noodgedwongen, vooral met de bouw van superjachten beziggehouden. Damen heeft een veel minder lange geschiedenis in de marinebouw. Die begon eigenlijk pas begin deze eeuw met de overname van de toen noodlijdende Scheldewerf in Vlissingen.

Het is overigens de eerste keer dat Duitsland een grote defensie-opdracht Europees aanbesteedt. ‘Dat onderstreept het belang dat we hechten aan concurrentie bij de materieelvoorziening van de Bundeswehr’, verdedigde het ministerie van defensie die keus. German Naval Yards ziet dat heel anders: ‘Het is belangrijk dat wij als Duitse scheepswerf opdrachten van onze eigen overheid krijgen. Alleen zo kunnen we minder afhankelijk worden van export’, aldus de Duitse scheepsbouwer.

Nederlandse marine

Damen is ook nog met de Zweedse marinebouwer Saab-Kockums uit Malmö in de race voor de bouw van vier onderzeeboten voor de Nederlandse marine. Daarmee is waarschijnlijk zo’n 3,5 miljard euro gemoeid. Via de de samenwerking met de Zweden wil het bedrijf ook meedingen naar de bouw van onderzeeboten voor de Zweedse en Noorse marine. De Nederlandse regering neemt waarschijnlijk pas eind 2022 een besluit over dit project.

Wel kreeg Damen eind vorig jaar opdracht van Defensie voor de bouw van een nieuw soort bevoorradingsschip voor de marine ter waarde van 375 miljoen euro. Andere kandidaten voor de bouw van de Nederlandse onderzeeërs zijn de Frans/Nederlandse combinatie Naval/Royal IHC en het eerder genoemde TKMS.