Dat is het directe gevolg van het compromis dat binnen de Internationale Postunie (UPU) is gesloten nadat de VS eenzijdig uit de 192-leden tellende organisatie dreigde te stappen deze maand. Washington wilde de postorganisatie verlaten als er niets werd gedaan aan de lage vergoedingen die China nog steeds genoot onder de UPU-regels voor de zware brief- en pakketpost naar de VS en Europa.

Binnen de UPU werd de Volksrepubliek nog steeds aangemerkt als een ontwikkelingsland en kon het op basis van die status tegen forse kortingen pakketten van Chinese webwinkels laten bezorgen door de nationale postbedrijven in bijvoorbeeld de VS en Europa. Daarmee werd de Chinese export min of meer gesubsidieerd door de UPU op kosten van de nationale postbedrijven zoals de US Postal Services in de VS, vond de Amerikaanse president Donald Trump.

Eigen prijsbeleid

Het akkoord betekent allereerst dat China de status als ontwikkelingsland verliest en de VS in de UPU blijft, maar net als bijvoorbeeld de Europese landen vanaf juli 2020 eenzijdig hogere tarieven kan eisen voor de bezorging van Chinese pakketten in de thuismarkt. Dit eigen prijsbeleid komt in de plaats van de oude, vaak rigide vastgestelde vergoedingen van de UPU.

Het gaat daarbij jaarlijks om een exportvolume van 75.000 ton aan pakketten. Die zendingen bevatten vaak farmaceutica, smartphones en computeronderdelen. Het Chinese staatspostbedrijf zegt in een reactie dat de hogere tarieven ‘zeker tot extra kosten zullen leiden voor de e-commerce export’. De vraag is wie die forse prijsverhogingen uiteindelijk gaat betalen, de Chinese webwinkels of de consument in Europa of Noord-Amerika?