Daarbij was het vooral van belang duidelijk te krijgen wie de voortrekkersrol kan vervullen in dit complexe dossier naar een zonnige en groene toekomst. Anders dreigt de overstap naar de noodzakelijke verduurzaming van de Amsterdamse haven, waar meer dan 90% van de overslag gerelateerd is aan olieproducten en steenkolen, te verzanden in vrijblijvendheid, mooie intenties en een woud aan bestuurlijke barrières.

Een regisseur wordt dringend gezocht ‘omdat de urgentie zo groot is dat het bijna ongemakkelijk wordt’ , zei algemeen directeur Koen Overtoom van Havenbedrijf Amsterdam dan ook in zijn inleidende toespraak. Hij wees daarbij op een groot aantal ‘dilemma’s’ die bij de toekomstige energietransitie in het Noordzeekanaalgebied op het bedrijfsleven afkomen.

Niet alleen wil het stadsbestuur van Amsterdam in 2030 alleen nog elektrisch rijden toestaan in de hoofdstad en moet de haven dienen als gigantische batterij voor die ambitie, maar ligt er ook een verlammende stikstofuitspraak en zijn er scherpe eisen voor de reductie van CO2-uitstoot aan het bedrijfsleven gesteld. Vraag is ook op welke groene energiedragers de spelers in het Noordzeekanaalgebied moeten inzetten, aldus Overtoom.

Wordt het waterstof, biomassa, methanol, synthetische brandstoffen, zonne-energie of toch windenergie? Of een mix? En waar moet de Amsterdamse haven de ruimte vandaan halen? ‘Wie pakt hier de leiding, want nu is er weinig regie wat we op welk moment moeten doen. Daarnaast kunnen wij niet alles oppakken’, hield hij zijn publiek voor.

Tekst loopt door onder foto.

Middenvelder

Om de discussie wat te vergemakkelijken, werd die rol in een eerste debatstelling toebedacht aan het havenbedrijf zelf. Volgens Femke Brenninkmeijer, hoofd Energy, Cargo & Offshore van het havenbedrijf, was de havenbeheerder ‘een goede middenvelder om het spel in de haven te verdelen’. Annemarie Manger, directeur engineering van staalproducent Tata Steel, wees op het feit dat het havenbedrijf eigenlijk alleen een regierol binnen de Amsterdamse gemeentegrenzen kon opeisen. Daarnaast was het in haar ogen niet zinvol om het Amsterdamse stadsbestuur, 100% eigenaar van het havenbedrijf, over de eigen gemeentegrenzen te laten meeregeren.

Bevlogenheid

Energiespecialist Cor Leguit van onderzoeksbureau CE Delft zag in het havenbedrijf de partij bij uitstek die de regierol op zich kon nemen. ‘Je hebt voor die rol infrastructuur nodig en het havenbedrijf heeft daar grip op als beheerder.’

Directeur Kees Noorman van ondernemersvereniging ORAM was het met Leguit eens. ‘Daar zit de bevlogenheid en de kennis.’ Hij wees er daarbij wel op dat er onder de havenondernemers wel eerst meer duidelijkheid moet komen over de ‘oprukkende stad’ in het havengebied. Daarvoor was ook ‘meer leiderschap’ van het havenbedrijf nodig, aldus Noorman. Een deelnemer vond ‘dat de waarheid altijd in het midden ligt’ en ‘de polder’ beter de regie kon overnemen via een brede stuurgroep van stakeholders. ‘Daar zijn wij als Nederland altijd goed in geweest.’

Een variant daarop was een samengaan tussen de twee grote logistieke knooppunten in de Amsterdamse regio: Schiphol en het havenbedrijf. Dat was voor verschillende debaters weer een slag te groot. Die kwamen weer uit op het havenbedrijf als ‘spil’ in het Noordzeekanaalgebied. ‘Je moet het gewoon klein houden. Het havenbedrijf kan de regio verbinden. Dat hebben wij nodig’. Netwerkbeheerders als Liander, maar ook de Provincie Noord-Holland en de Rijksoverheid werden verder ook nog een centrale rol toebedacht door enige deelnemers. ‘Energietransitie moet je altijd gewoon landelijk aanpakken’, aldus een spreker.

Waterstof

Ad van Wijk, hoogleraar Future Energy Systems van de TU Delft, was niet zo bezig met de regierol in de Amsterdamse haven, maar gaf aan dat het Noordzeekanaalgebied alle logistieke kaarten moet zetten op groene waterstof als nieuwe energiedrager. Voor de Amsterdamse haven kan waterstof de plaats innemen van de huidige kolen en benzine-opslag, luidde het pleidooi van Van wijk. Al in 2030 zou de waterstof een deel van de tankterminals in de Amsterdamse haven kunnen vullen.

Via het oude gasnetwerk van de Gasunie, dat over tien jaar geheel kan worden omgebouwd voor het transport van waterstof, kan Nederland tevens een nieuw verdienmodel aanboren nu de Groningse gaskraan binnenkort wordt dichtgedraaid. ‘Wij kunnen hier een gigantische asset hergebruiken en een nieuwe centrale rol opeisen als Nederland in de energievoorziening van Europa‘, was de boodschap van Van Wijk.

Tekst loopt door onder foto.

Het verhaal van de Delftse hoogleraar sloot goed aan bij de plannen die energiebedrijf Vattenfall (voorheen Nuon) heeft met de oude kolencentrale Hemweg in het havengebied. Die wordt eind van dit jaar gesloten en gesloopt. Slechts de bestaande gasturbines op het terrein zullen blijven draaien, zei Alexander van Ofwegen, directeur warmte van Vattenfall, in een toelichting op het transitieplan voor de Hemweg Centrale.

Vattenfall zal daarbij onder meer tijdelijk met zonnepanelen en windparken het verlies aan elektriciteitsproductie opvangen, maar voor de toekomst onder meer inzetten op waterstof. Het Zweedse energiebedrijf wil daarbij ook zelf met partners groene brandstof produceren in de Amsterdamse haven, waaronder methanol, zei hij. Die brandstof is ook meer geschikt om diesel en stookolie te vervangen in het zware wegtransport en de binnen- en scheepvaart dan waterstof, vulde directeur Michel Voorwinde van branchevereniging VIV (verbrandingsmotoren) aan.

Zonne-energie

Het bedrijf Solarfields vroeg intussen meer aandacht voor de vele ongebruikte daken van warehouses op het haventerrein van Amsterdam. ‘Een geweldige energiebron als die worden voorzien van zonnepanelen. Van die elektriciteit kunnen wij straks heel veel e-trucks laten rijden’, aldus manager Joost Visser van Solarfields.

Sceptici waren er ook voldoende over de groene ambities in de haven. Die zetten vooral vraagtekens of er straks wel voldoende groene elektriciteit en waterstof kan worden geproduceerd om de ambitieuze plannen rond de energietransitie te kunnen realiseren. Vooral als in 2050 het elektriciteitsverbruik is verviervoudigd. ‘Op dat gebied zit ik toch aan de kant van de nuance’, zei een manager.

Hydroports sluiten voor toekomst ‘niets uit’

De verzelfstandigde havens van Amsterdam, Den Helder en Groningen hebben sinds kort onder de naam Hydroports de krachten gebundeld om een belangrijk waterstofknooppunt voor Noordwest-Europa te worden. Die prille samenwerking kan uiteindelijk ook leiden tot een financiële vervlechting van de drie havenbedrijven. ‘Niets is uitgesloten’, zegt Kees Turnhout, plaatsvervangend directeur en hoofd havenontwikkeling van Port of Den Helder, op vragen of Hydroports ook een opstapje kan zijn naar participaties in elkaars aandelenkapitaal.

‘Voorlopig is het vooral een label waarin wij onze activiteiten op het gebied van groene waterstof gaan bundelen. Het gaat daarbij om een stuk kennisuitwisseling, marketing en uitstraling. Wij zoeken elkaar duidelijk op. Allereerst op inhoud’, aldus Turnhout. Daarna blijven alle opties open.

De drie zeehavens willen via Hydroports vanuit Noord-Nederland een sleutelrol gaan vervullen in de productie, opslag en distributie van waterstof. Daarbij zijn Groningen Seaports en Den Helder al belangrijke logistieke schakels in de gas- en oliewinning op de Noordzee, die snel kunnen worden omgebouwd. Die huidige energierol kan in het kader van de energietransitie snel worden omgebouwd voor de productie en distributie van waterstof. Daarnaast kan onder meer met enige aanpassingen het gasnetwerk van de Gasunie worden benut voor het transport van de groene energiedrager in Europa.

Oiltanking

De haven van Amsterdam moet daarbij vooral een belangrijke rol krijgen in de opslag en afname van waterstof. Onder meer overslagbedrijf Oiltanking in de Amsterdamse haven verricht al onderzoek hoe de grote olie-opslagtanks kunnen worden aangepast voor de opslag van waterstof. De kosten daarvan ‘zijn te behappen’, aldus algemeen directeur Jan Willem van Velzen van Oiltanking op het Havendebat. Daarnaast zal de Amsterdamse haven in de toekomst een belangrijke afnemer zijn van de waterstof. ‘Daar zit immers de industrie van Noord-Holland’, aldus Turnhout.

OBA Bulk

Een ander grote logistiek dienstverlener in de Amsterdamse haven, die al druk bezig is met de energietransitie, is kolenoverslagbedrijf OBA Bulk. Met het sluiten van de Hemweg Centrale verliest het bedrijf zijn enige grote klant in de Amsterdamse haven, aldus commercieel directeur Hans Matheijer van OBA. ‘Dat is een tegenvaller maar geen ramp voor het bedrijf, omdat Vattenfall/Nuon maar rond de 5% van het totale kolenvolume afnam bij ons’, aldus Matheijer.

De grote klanten van OBA zijn vooral de grote Duitse energiecentrales en staalproducenten met rond de 90% van het volume. Ook aan die klandizie komt over tien jaar grotendeels een einde als de laatste Duitse kolencentrales worden gesloten, zegt hij. Daarom is OBA al bezig met een ambitieus conversieprogramma waarbij een deel van het overslagterrein nu al wordt ingericht voor non-core activiteiten. ‘Daarbij liggen er voor ons grote marktkansen in de opslag van recylingmaterialen.’