Marktonderzoek? Nee, dat hebben Neele-Vat Logistics en het Turkse Arkem Chemicals niet verricht voor ze Rotterdam Blending & Filling (RBF) in het leven riepen, hun gezamenlijke splinternieuwe meng-, afvul-, verpak-, opslag- en distributiecentrum voor chemische producten. ‘Dát is ondernemen’, zegt Cuno Vat, algemeen directeur van Neele-Vat, bij de officiële opening van het 22.000 vierkante meter grote logistieke complex op de Maasvlakte.

‘We droomden al van eigen blending en filling-faciliteiten sinds we in 2008 in de chemische opslag en handling stapten, en we hoorden in gesprekken met klanten steeds vaker dat er behoefte bestaat aan een centrum als dit. Dan is het gewoon een kwestie van je schouders eronder zetten.’

Het openingsfestijn afgelopen vrijdag maakte duidelijk dat Neele-Vat en Arkem genoeg vrienden hebben. Meer dan driehonderd gasten, onder meer uit Arkem’s thuisbasis Turkije, gaven acte de présence. En beter nog: er waren ook al producten in huis. Coating- en verfleverancier Hempel is als ‘launching customer’ meteen een voorbeeld van waar Rotterdam Blending & Filling voor bedoeld is. In het nieuwe centrum op de Maasvlakte wordt verf van de fabrikant precies op de juiste kleur gemengd.

‘Als je zelf naar een bouwmarkt gaat, kan je daar ook je specifieke eigen verfkleur kiezen. Het is typisch een product dat dichtbij de klant wordt gecustomized. Een verfproducent wil niet een enorme hoeveelheid verschillende kleuren continue in voorraad houden, die laat liever het eindproduct mengen bij een dienstverlener als wij.’

Afnemers

Vat verwacht nog voor het einde van het jaar meer klanten te verwelkomen bij RBF. ‘Er lopen verschillende aanvragen. Je ziet bij veel bedrijven de behoefte om goederenstromen te veranderen. Ze willen niet meer eigenhandig grote voorraden van allerlei producten aanhouden en kleine eenheden de hele wereld over slepen. Ze willen liever bulkpartijen verschepen en die zo dicht mogelijk bij de afnemers, just in time, laten customizen. Om aan die vraag te voldoen, gaan wij dichter en dichter de keten van de klant in.’

Waarom denk je dat de voorgesneden aardappelen die je straks in de supermarkt in je mandje gooit, er nog zo appetijtelijk uitzien? Chemische stoffen!

De mogelijkheden zijn eindeloos, zo betoogde Hakan Acan, general manager van Arkem Chemicals Europe, tijdens de openingsfeestelijkheden aan een koffietafeltje. ‘Het dagelijks leven is een en al chemie. Het zit hem beslist niet alleen in de brandstof van de auto waarin je straks naar huis rijdt. Chemie houdt ook de sierbloemen die vers op dit tafeltje staan. Chemie zit ook in de badge die je nu om je nek hebt hangen. Waarom denk je dat de voorgesneden aardappelen die je straks in de supermarkt in je mandje gooit er nog zo appetijtelijk uitzien? Chemische stoffen! Kortom, de markt is groot. Tegen vele bedrijven kunnen we nu zeggen: laat ons mixen en afvullen, dan kunnen jullie je helemaal op je productie concentreren.’

RBF heeft een afvulstation in huis om vloeibare lading die wordt aangevoerd per tankwagen of tankcontainer om te pakken in kleinere eenheden. Vaten bijvoorbeeld, of intermediate bulk containers (IBC’s) van duizend liter. Die IBC’s worden volgens het bedrijf steeds populairder.

Neele-Vat en Arkem Chemicals deden al langer zaken met elkaar, maar RBF is hun eerste gezamenlijke onderneming. ‘Neele-Vat en Arkem zijn familiebedrijven met een vergelijkbare ondernemingszin, en in dit blending- en filling-centrum kunnen we niet zonder elkaar’, legt Vat uit. ‘Wij hebben de logistieke kennis in huis, Arkem de chemische. De operators die het afvulstation runnen, hebben we samen geworven en komen onder meer uit Turkije.’

Ik zie ons wel samen investeren in Turkije of Oost-Europa; Roemenië bijvoorbeeld.’

RBF zal niet het enige voortvloeisel van de Nederlands-Turkse samenwerking blijven, voorspelt Acan. ‘We hebben nog geen vastomlijnde plannen, maar deze eerste gezamenlijke onderneming smaakt beslist naar meer. Ik zie ons wel samen investeren in Turkije of Oost-Europa; Roemenië bijvoorbeeld.’

Vat zegt trots te zijn dat Arkem Chemicals nu op de Maasvlakte is neergestreken en niet voor bijvoorbeeld Antwerpen koos. ‘Antwerpen is historisch gezien een echte chemiehaven, maar in Rotterdam wordt de chemiesector steeds sterker. Ons nieuwe distributiecentrum is in die ontwikkeling een volgende stap voorwaarts.’

Havenbedrijf Rotterdam

Emile Hoogsteden, directielid van Havenbedrijf Rotterdam, beaamde dat tijdens de opening. ‘We kunnen alleen maar trots zijn op dit nieuwe hoofdstuk op het gebied van innovatieve oplossingen. De eerste keer dat Arkem echt investeert in onze haven. En wat Neele-Vat allemaal neerzet in de Rotterdam haven: ongelooflijk.’

Helemaal zonder hindernissen verliep de bouw niet, zo roept Vat in herinnering. ‘Met zestien maanden duurde het langer dan verwacht. Dat had te maken met de meeuwen die hier broedden. Het strand hier was van oudsher immers hún gebied. We moesten een fortuin uitgeven om hier 24/7 honden uit te laten en zo de meeuwen te ontmoedigen weer met nieuwe jongen te nestelen.’

Tekst loopt door onder foto.

De meeuwen hebben nu plaatsgemaakt voor 22.000 vierkante meter logistieke loodsruimte. Daarvan is 12.500 vierkante meter geschikt voor de opslag van ongevaarlijke ‘koopmansgoederen’ en 6.000 vierkante meter voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Daarnaast is er ruimte voor mengen, afvullen en verpakken.

Dat stoffen voor de farmaceutische industrie en de voedingsmiddelenindustrie (smaakmakers, geurstoffen, kleurstoffen) onder hetzelfde dak komen te liggen als gevaarlijke stoffen voor spuitbussen en verfpotten, is volkomen normaal, zegt Vat. Zo scherp kan je de grens tussen ‘gevaarlijk’ en ‘ongevaarlijk’ in de chemie helemaal niet trekken, stelt hij. ‘Het is een bekend gegeven dat de dosis de giftigheid bepaalt. Citroenzuur zit in de margarine die je op je brood smeert, maar ook in schoonmaakmiddelen: je moet er geen hele fles van opdrinken.’

20 miljoen euro

De bijna 20 miljoen euro die in het nieuwe logistieke centrum op de Maasvlakte is geïnvesteerd, zit hem onder meer in de veiligheidsmaatregelen. De opslagruimte voor gevaarlijke stoffen is verdeeld in verschillende bunkers om producten uit elkaar te houden die niet bij elkaar mogen worden opgeslagen.

RBF zal producten uit alle gevarenklassen verwelkomen, op explosieven en nucleaire materialen na. Verschillende brandblussystemen (sprinkler, CO2, schuimkanonnen) zijn paraat voor het geval er toch iets misgaat. De communicatielijnen met de regionale milieudienst DCMR zijn kort, de afstand tussen het distributiecentrum en de bewoonde wereld juist geruststellend ruim, stelt Vat.