De hoofdconclusie van het rapport van onafhankelijk onderzoeksbureau CrisisLab is dat ProRail in de regio Randstad Zuid moeite heeft met spoorbeheer als er grote afwijkingen zijn van het reguliere proces. Een reeks bijzondere omstandigheden rondom de Havenspoorlijn heeft zo geleid tot een steeds grotere onderhoudsachterstand.

Economische schade

Spoorgoederenvervoer in het Rotterdamse havengebied ondervond de laatste jaren veel hinder door onverwachte infrastoringen. Dat leidde tot economische schade voor de goederenvervoerders. ProRail en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) besloten daarom onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de oorzaken van de storingen.

Het maandag verschenen Crisislab-rapport schetst dat de manier van werken van ProRail het reizigersvervoer wel past en het goederenvervoer niet. Waar in het reizigersvervoer jaar na jaar goede resultaten worden behaald, lukt dat nog niet met het goederenvervoer. Het goederenvervoer is onder meer anders omdat er veel meer vervoerders moeten worden bediend dan in het reizigersvervoer, op basis van een heel ander soort dienstregeling en operationele besturing, en omdat goedereninfra een andere manier van onderhoud vergt.

Langetermijnoplossingen

ProRail wil op basis van de aanbevelingen uit het rapport niet alleen de huidige problemen oplossen, maar ook zorgen voor langetermijnoplossingen zodat de prestaties op de spoorgoederenlijnen structureel verbeteren. De spoorbeheerder verwacht dat dit proces zeker drie tot vier jaar zal duren. Hierbij gaat ProRail drie sporen volgen:

  • De huidige onderhoudsachterstanden op de havenspoorlijn worden in de komende twee jaar weggewerkt;
  • ProRail richt een structureel meer veerkrachtige organisatie in en;
  • ProRail zorgt dat de organisatie is ingericht op het nakomen van vergunningseisen.

In maart 2020 is een programmamanager aangesteld die als opdracht heeft de onderhoudsachterstanden weg te werken, de infra op orde te brengen en te zorgen dat ProRail voldoet aan de geldende vergunningseisen. De programmamanager rapporteert direct aan de operationeel directeur van ProRail. Dit gebeurt in samenwerking met goederenvervoerders, Havenbedrijf Rotterdam, gemeenten en hun toezichthouder. Daarbij hanteert ProRail het uitgangspunt dat een kortetermijnoplossing ook altijd op de lange termijn houdbaar moet zijn.

Beslissingen op gebiedsniveau

ProRail richt het regionale managementteam en de organisatie voor de goederenspoorlijn van de Rotterdamse haven tot en met de Nederlands-Duitse grensovergang zo in dat beslissingen op gebiedsniveau genomen worden. Zo kan beter worden gestuurd op het spooronderhoud voor de lange termijn. Dit team heeft oog voor en verstand van de specifieke eigenschappen van goederenvervoer en borgt de regie op de belangen, risico’s en kennisniveau.

Crisislab constateert in zijn rapport dat de eisen met betrekking tot bluswatervoorzieningen en de bedrijfsbrandweeraanwijzing onevenredig zwaar zijn en veel geld kosten. ProRail zal ongeacht die constatering voldoen aan de geldende eisen en erkent dat het daaraan heeft ontbroken. Dat is onderdeel van het verbeterprogramma voor de Rotterdamse Havenspoorlijn. Hierover is ProRail met het ministerie van I&W en de bevoegde gezagen in overleg om te komen tot structurele, meer uniforme oplossingen.

Ondernemersvereniging Evofenedex zegt het belangrijk te vinden dat er lering wordt getrokken uit de conclusies van het onderzoek en dat ProRail met het ministerie, spoorgoederensector en de gebruikers van het spoor aan de slag gaat met het oppakken van de aanbevelingen. ‘Willen we spoorgoederenvervoer aantrekkelijker maken, dan doen we er verstandig aan de aanbevelingen heel serieus te nemen. Het is daarom goed dat de staatssecretaris en ProRail aangeven dit te doen’, aldus algemeen directeur Machiel van der Kuijl

De spoorgoederenvervoerders lieten onlangs weten de infrastructurele problemen op het spoor in het Rotterdamse havengebied zat te zijn. Ze willen dat ProRail haar verantwoordelijkheid neemt en de portemonnee trekt om alle geleden schade te vergoeden. Het zou gaan om zo’n 6 miljoen euro per jaar.