RailGood wil dat er snel geïnvesteerd worden in een beter spoornetwerk. ‘Omdat goederenvervoer per spoor onmisbaar is om de opwarming van de aarde enigszins onder controle te krijgen en daartoe de noodzakelijke energietransitie en de modal shift van het overvolle wegennet naar schone modaliteiten te realiseren, zijn investeringen in opwaardering van het spoorwegennet en een efficiënte last mile infrastructuur bij multimodale knooppunten, industrie en in havens wenselijk’, zegt directeur Hans-Willem Vroon.

Achterlandspoorlijnen

Investeringen zijn volgens hem ook nodig in digitalisering van de spoorgoederenvervoerketen. Daarbij zouden de omgevingseffecten van groeiend spoorverkeer op omwonenden langs het spoor moeten worden beheerst. ‘Dat vraagt om goed ingepaste achterlandspoorlijnen, geluid- en trilling isolatie van woningen en het subsidiëren van maatregelen aan rollend materieel om geluid en trillingen te verminderen. De kostenefficiënte implementatie van een 100% interoperabel railverkeersmanagementsysteem, ERTMS, moet worden gerealiseerd’, aldus Vroon.

RailGood ziet investeringen die het Nederlandse spoorwegennet toekomst vast en efficiënt maken als dienend aan de doelstellingen van het Nationaal Groeifonds. De branchepartij wenst in de komende maanden samen met de materieeleigenaren, Nederlandse zeehavens  en ProRail tot een breed gedragen set investeringsvoorstellen te komen.

Vroon: ‘Kansrijke investeringen die de komende vijf jaar al helpen om in de toekomst de welvaart en het verdienvermogen te vergroten zijn een volledige compensatie van de onrendabele top op de upgrade en retrofit van goederenlocomotieven bij de implementatie van ERTMS-baseline 3 en een oud-voor-nieuw regeling voor het last mile en feeding locomotievenpark.’ Ook noemt hij de opwaardering van de Brabantroute en Bentheimroute (onderdeel van het gemengde spoornet) en op emplacementen in de Rotterdamse haven (prioriteit voor Europoort, Botlek en capaciteitsuitbreiding Waalhaven) en Tilburg Industrie (Railport Brabant) voor treinen van 740 meter treinlengte.

‘Investeringen in de realisatie van de noordtak en zuidtak van de Betuweroute met bypasses rond de stedelijke gebieden. Uitfasering van ATB NG en vervanging door ERTMS alsmede elektrificatie van de Maaslijn (Roermond-Venlo-Nijmegen, red.) en de Groningse shortlines (van/naar Delfzijl, Eemshaven, Groningen Railport, grensovergang Nieuweschans-Weener, red.). Een capaciteitsuitbreiding van de spoorlijn Eindhoven-Venlo grens (richting Duisburg, Düsseldorf, Köln, red.)’, aldus de directeur.

Verder wenst RailGood een investeringsprogramma in geluid- en trilling-absorberende en goed onderhouden infrastructuur (spoor en overwegen), standaard goede reiniging van het ballastbed van spoorlijnen en bij nieuwbouw toepassing van beschikbare absorptiemaatregelen. Aanvullende investeringen zijn eveneens gewenst in toepassingen zoals Durflex en sleeperpads. Ook is er volgens Vroon behoefte aan een investeringsprogramma met subsidie voor digitalisering van spoorketeninformatiestromen die schaalbaar en te integreren zijn via EDI-koppelingen. Tenslotte wil hij dat er geïnvesteerd wordt en subsidie wordt gegeven voor innovaties van rollend materieel, onder andere in de cool chain en voor modal shift, alsmede in trailer-on-train terminals.

Vaarwegen

Ook de vaarwegen kunnen nog wel een impuls gebruiken, vindt de sector. Koninklijke BLN-Schuttevaer, het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart, de Vereniging van Waterbouwers en Evofenedex, samenwerkend in het Centraal Overleg Vaarwegen (COV), zijn blij dat de regering vanuit het Nationaal Groeifonds investeert in de vaarweginfrastructuur. De ‘natte’ infrastructuur in Nederland is verouderd en dient op veel plaatsen gerenoveerd of vernieuwd te worden.

Naast investeren in aanleg en deugdelijk beheer en onderhoud roept het COV op om ook te investeren in kennis en deskundig personeel bij Rijkswaterstaat. Er is volgens hen extra personeel nodig om de waterbouwkundige werken aan te besteden en in de uitvoering te begeleiden.

De brancheorganisaties zijn blij dat een deel van het geld uit het Nationaal groeifonds gebruikt wordt om de infrastructuur te verbeteren. ‘Investeren in de vaarwegen helpt de files op de wegen te verminderen, is milieuvriendelijk en heeft een vliegwieleffect voor regionale economieën.’ Het COV adviseert het Rijk ook gebruik te maken van de middelen die Europa, vanuit het Europees Herstel Fonds, vrijmaakt voor infrastructuur.

Urgentie

De brancheorganisaties kunnen de urgentie van deugdelijk beheer en onderhoud van de Nederlandse vaarwegen niet genoeg benadrukken. Dagelijks heeft de binnenvaart te maken met de effecten van zwaar achterstallig onderhoud. Dit zorgt ervoor dat er continue storingen zijn bij sluizen met als gevolg ongeplande stremmingen van korte en langere duur. Niet alleen heeft dit gevolgen voor de binnenvaartondernemingen, maar ook voor de havenbedrijven, de verladers en de havens zelf in relatie tot bereikbaarheid. In 2021 wordt voor vaarwegen € 409 miljoen uitgegeven aan beheer, onderhoud en vervanging. Dit is € 50 miljoen meer dan in 2020.

Ondanks de extra investeringen in vaarwegen roept het COV op meer geld te investeren in de bevaarbaarheid van de Waal. Jaarlijks wordt 50% van het totale grensoverschrijdende goederenvervoer over de Waal en Rijn vervoerd naar het achterland. Door bodemerosie en verzanding voldoet de Waal niet meer aan de normen voor bevaarbaarheid die de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) stelt.

Binnenvaartschepen zullen via de Seine-Schelde verbinding in de nabije toekomst met klasse Vb schepen (schepen tot 4500 ton) tot voorbij Parijs kunnen varen. Dat biedt grote kansen voor de internationale handel en de Nederlandse (zee)havens. De sluizen in de Zeeuwse Delta vormen een knelpunt. En op de Maas ondervindt de scheepvaart regelmatig lange wachttijden bij de enkelsluis in Grave.