Zo was er een door goederenvervoerder DB Cargo ingediende klacht over de nieuwe ‘parkeertarieven’ voor goederenvervoerders. Volgens de in 2019 geïntroduceerde Netverklaring 2020 betalen vervoerders voor het opstellen van treinen op rangeerterreinen voortaan per minuut betalen in plaats van per dag. De nieuwe tariefstructuur moest ertoe leiden dat vervoerders beter vooraf plannen hoeveel capaciteit ze nodig hebben.

Hoewel ProRail aankondigde dat de wijziging zou zorgen voor een kostendaling, vreesden de vervoerders juist voor een stijging. Mede omdat zij zelf niet altijd invloed hebben op de tijd dat treinen moeten wachten op een opstelterrein.

De klacht van DB Cargo werd door de ACM grotendeels ongegrond verklaard. Belangrijkste punten zijn dat de ACM ProRail volgt in de redenering dat procestijd aangemerkt moet worden als onderdeel van de dienst opstellen (en niet treinpad) en dat tarifering vanaf de eerste minuut niet strijdig is met het wettelijk kader. Wel moet de definitie van de dienst opstellen in de Netverklaring worden aangescherpt.

25.000 euro

ProRail kreeg in november wel een boete van 25.000 euro opgelegd omdat het de nieuwe heuveltarieven op emplacement Kijfhoek niet op tijd publiceerde. Het tarief voor het opstellen en rangeren op Kijfhoek werd volgens de enige gebruiker, DB Cargo, per 1 januari 2020 met 3 miljoen euro verhoogd naar 3,7 miljoen (0,7 miljoen in 2019).

ProRail stelde dat de vervoerder dit jaar 2,2 miljoen euro moet betalen, omdat sprake is van een ingroeiregeling met een korting van 50%. Naar aanleiding van een onderzoek in oktober 2019 stelde de ACM vast dat ProRail de Spoorwegwet heeft overtreden door het niet tijdig publiceren van het nieuwe heuveltarief in de Netverklaring 2020.

Last onder dwangsommen

Naast een boete voor de heuveltarieven kreeg ProRail een aantal Last onder dwangsommen opgelegd vanwege problemen op de Rotterdamse havenemplacementen. Op 31 december 2019 waren dat er 23, waarvan er acht betrekking hadden op veiligheidseisen. Voor vier dwangsommen zijn beheersmaatregelen genomen.

‘Gezien de complexiteit van sommige overtredingen en dat het nagenoeg onmogelijk is sommige tekortkomingen snel binnen de gestelde termijn te herstellen, zijn dwangsommen verbeurd en blijft de kans op strafrechtelijke vervolging aanwezig’, aldus ProRail in de jaarrapportage.

Naast de lopende handhavingszaken was ProRail genoodzaakt om emplacement Waalhaven niet meer beschikbaar te stellen voor het rangeren en wisselen van locomotieven bij gevaarlijke stoffen. Dit vanwege de problemen met de blusinstallatie.

Inmiddels is er een onafhankelijk onderzoek gestart naar het ontstaan van de huidige situatie in het Rotterdams havengebied. De resultaten zijn naar verwachting aan het einde van het tweede kwartaal van 2020 bekend.

Milieuovertredingen

Verder zijn bij ProRail elf milieuovertredingen geconstateerd. Dat zijn er aanzienlijk minder dan de 47 overtredingen een jaar eerder. Maar bij acht van die overtredingen kreeg de spoorbeheerder een last onder dwangsom opgelegd, in 2018 gebeurde dat twee keer.