‘Het goederenvervoer per spoor is op dit moment in de covid-19-crisis van vitaal belang om de goederenstromen en de de toeleveringsketens in de Europese Unie veilig te stellen, maar het lijdt onder een daling van de goederenstroom’, begint de brief. ‘Spoorwegondernemingen verkeren in ernstige financiële moeilijkheden en sommige exploitanten worden geconfronteerd met faillissementen als gevolg van tijdelijke liquiditeitstekorten.’

Staatssteun

Om het tekort aan financiering en economische schade van spoorbedrijven het hoofd te bieden, zijn er twee verschillende steuninstrumenten beschikbaar, legt de Europese Commissie (EC) uit. Het eerste is het tijdelijke kader voor staatssteunmaatregelen (Temporary Framework for State Aid measures), dat op 3 april 2020 is gewijzigd om aanvullende steunmaatregelen te dekken, en dat indien nodig kan worden aangevuld. Daarin staat vervoer opgenomen als een van de meest getroffen sectoren.

Europese regelgeving biedt de lidstaten de mogelijkheid ‘directe subsidies, belastingvoordelen, staatsgaranties voor leningen en gesubsidieerde overheidsleningen’ te verstrekken. Om snel dringende liquiditeitsproblemen op te lossen, kunnen de lidstaten tot een nominale waarde van 800.000 euro per onderneming leningen zonder rente verstrekken, garanties geven op leningen met een volledige risicodekking of eigen vermogen verschaffen.

Dit kan ook worden gecombineerd met zogenaamde ‘de minimis aid’ (waarmee steun tot een miljoen mogelijk is per onderneming) en met andere financiële steunmiddelen. Algemene maatregelen zoals loonsubsidies, schorsing van vennootschaps- en btw-belastingen of sociale premies zijn ook mogelijk. ‘Deze wetgeving biedt lidstaten ook de mogelijkheid om bedrijven tegemoet te komen in de geleden schade als gevolg van de covid-19-crisis, inclusief inkomstenderving.

Vaste kosten

De Europese Commissie verwijst met name naar de mogelijkheid om de kosten van spoorwegondernemingen te verlagen, een maatregel die wordt voorgesteld in EU-richtlijnen voor het spoor. ‘Een aantal spooroperatoren kampt met dringende liquiditeitsproblemen. Het is essentieel om de vaste kosten van bedrijven te verlagen’, aldus de commissie.

In sommige EU-landen zijn infrastructuurbeheerders al begonnen met maatregelen om ervoor te zorgen dat er geen reserveringskosten worden geheven voor annulering van treinpaden of noodzakelijke veranderingen van paden of timing in het kader van de covid-19-uitbraak. De EC verwelkomt dit. ‘We begrijpen uit de sector dat (…) aanpassingen van de heffingsregels voor de tijd van de uitbraak een zekere noodhulp zouden bieden.’

De Europese Commissie stelt drie mogelijke maatregelen voor om verlichting te bieden:

  • Het opheffen van reserveringskosten voor annuleringen op korte termijn, tenzij uitdrukkelijk gerechtvaardigd;
  • Infrastructuurbeheerders kunnen ervoor zorgen dat elke vertraging in deze periode onder overmacht valt om de financiële gevolgen van prestatieregelingen te laten vervallen;
  • Het moet makkelijker worden om uitstel van betaling aan te vragen, zodat de financiële situatie van spoorbedrijven zich over een langere periode kunnen herstellen.

Verlaging van de kosten

Tenslotte stelt de Europese Commissie voor dat twee EU-instellingen, te weten DG Move en DG Competition, een verdere verlaging van de tarieven voor spoorweginfrastructuur en andere heffingen in dienstvoorzieningen (zoals parkeerkosten) verder uitwerken binnen het kader voor staatssteun. ‘Als een dergelijke maatregel, die aan spoorwegondernemingen wordt verleend, niet leidt tot concurrentievervalsing binnen de sector, voldoet dit aan de EU-regelgeving.’

De commissie verwijst ook naar de mogelijke gevolgen die dit kan hebben voor infrastructuurbeheerders, die mogelijk te maken krijgen met een daling van de inkomsten. Geadviseerd wordt om financiële inkomstenderving te compenseren met subsidies van nationale overheden. DG Competition en DG Move kunnen advies geven over hoe een dergelijke maatregel het beste kan worden ingevuld. Als het gaat om toeslagen kan er in bepaalde gevallen van worden afgeweken, om er voor te zorgen dat de gebruikers van de spoorweginfrastructuur alleen directe kosten betalen.

Voorstel

Ook in Nederland wordt gekeken naar de mogelijkheden om de spoorvervoerders te steunen. ProRail-topman John Voppen heeft zusterblad SpoorPro laten weten hierover met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in gesprek te zijn.

‘Daar waar wij binnen onze bevoegdheid kunnen handelen, hebben we de betalingstermijn flink verruimd. Dat biedt even lucht, maar biedt geen structurele oplossing.’ ProRail en het ministerie bekijken op dit moment verschillende opties, waaronder het tijdelijk laten vervallen van de parkeerkosten. Het ministerie zal uiteindelijk het besluit hierover maken.

De weg wijzen

Belangenorganisatie RailGood, die de Nederlandse spoorgoederenvervoerders vertegenwoordigd, vindt het goed dat de Europese Commissie ‘het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en ProRail nu eindelijk de weg’ wijst.

Volgens directeur Hans-Willem Vroon geeft de brief van de Europese Commissie het ministerie voldoende ruimte om dit verder in te vullen in plaats van aan te geven ‘waarom dit niet kan en dat het complex is’.

Over twee weken zal ProRail in opdracht van het ministerie een eerste voorstel voor de parkeerheffingen voorleggen aan de goederenvervoerders. “De ondernemers op het spoor zijn erg benieuwd en vragen zich af waarom dit zo lang moet duren, terwijl bekend is dat zij urgentie hebben’, aldus Vroon.