Het concern moet een ‘GmbH’ worden met als enige aandeelhouder de republiek Duitsland. De vrijheid, blijheid waarmee de jongens en meisjes van het dagelijkse ondernemingsbestuur het staatsbedrijf runnen, moet verleden tijd zijn.

Je kunt uittekenen dat Lange problemen krijgt met de vakbeweging en de zogenoemde onafhankelijke deskundigen die nu, samen met de bondsregering, elk een derde van de zetels in de ‘Aufsichtsrat’, de raad van commissarissen van DB AG bekleden. Je zou zeggen dat dit een prima ondernemingstoezicht is, maar de praktijk wijst anders uit.

Het commissariaat heeft de dagelijkse bestuurders van het concern de afgelopen jaren voor geen meter in beweging gekregen. Een brief van verkeersminister Andreas Scheuer, eind vorig jaar, aan de concernleiding, met als strekking om nu eindelijk eens een soort strategie op te tuigen, leidde alleen tot cosmetische veranderingen.

Deutsche Bahn is een voorbeeld van de tragedie waarin de privatisering van staatsbedrijven in Europa vaak is uitgemond. Het probleem is meestal dat overheden niet weten wat ze met openbare dienstverlening, zoals spoorwegen, eigenlijk aan moeten.

Enerzijds zijn die van landsbelang en houd je die toch maar liever onder staatscontrole. Aan de andere kant snoepen private bedrijven – er is nu eenmaal tot privatisering besloten – de aantrekkelijke activiteiten van staatsbedrijven af. Het gevolg is een uitholling van die staatsbedrijven, waarvoor de belastingbetaler mag opdraaien.

Zo werden in de afgelopen decennia talloze instituten door het Rijk ‘op afstand geplaatst’. Juist die ‘afstand’ lijkt de factor die goed ondernemingsbestuur bemoeilijkt. Bij wijlen de Postcheque- en Girodienst was het de staat die het betalingsverkeer zelf in goede banen leidde. Tegenwoordig kijkt geen enkele rekeninghouder in Nederland er meer van op dat deze functie, nu in handen gelegd van particuliere banken, witwaspraktijken heeft voortgebracht, waar zelfs een oude zwerfhond geen brood meer van lust.

In de zorgsector is vlijtig geprivatiseerd, met als gevolg onevenredige salarissen voor managers bij instellingen en een toenemende vraag naar mensen die de feitelijke zorg voor hun rekening nemen. Misschien moeten we van onze liberale schreden terugkeren en, zoals Lange bepleit, aan de ongeremde vrijheid, blijheid een halt toeroepen.