Het ministerie maakt tot 2023 jaarlijks 14 miljoen euro extra vrij om de gebruikersvergoeding voor spoorgoederenvervoerders te verlagen. De Europese Commissie keek bij de beoordeling van de subsidieregeling onder andere of er geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. De Commissie heeft vastgesteld dat dit niet het geval is en dat de maatregel de juiste stimulans is om een modal shift van de weg naar het spoor te bevorderen.

Masterplan Spoorgoederenvervoer

Het ministerie publiceerde vorig jaar juni samen met de spoorsector het Masterplan Spoorgoederenvervoer, waarin het onder meer aankondigde de tarieven voor vrachttreinen flink te verlagen. Dit gebeurde in navolging van Duitsland dat een jaar eerder soortgelijke plannen bekendmaakte. Met de subsidieregeling willen de samenwerkende partijen de concurrentiepositie van het spoorgoederenvervoer in Nederland ten opzichte van omringende landen verhogen.

Hans-Willem Vroon van belangenorganisatie RailGood is opgetogen over het besluit: ‘Deze financiële hulp stelt geen verdere voorwaarden aan de subsidieregeling. Dit is in lijn met de Duitse subsidieregeling voor toegangsrechten. RailGood is tevreden met deze belangrijke stap in het proces om de kosten in lijn te brengen met die van Duitsland.’

Subsidieregeling

Het doel van de subsidieregeling is om het goederenvervoer per spoor in Nederland te verhogen tot 54-61 miljoen ton in 2030 (in 2016 was dit nog 42 miljoen ton). De subsidieregeling wordt beschouwd als een belangrijke bijdrage aan de verschuiving van meer goederenvervoer naar het spoor, een ambitie die wordt nagestreefd op een Europees niveau.

Met lagere toegangsrechten voor het spoor wordt er niet alleen met buurlanden geconcurreerd, maar ook met de wegtransportsector. Op basis hiervan concludeerde de Commissie dat de maatregel verenigbaar is met de EU-staatssteunregels.