Dat wijst opinie-onderzoek door Eurogroup Consulting uit. Het adviesbureau uit België voerde het onderzoek voor de zevende keer uit en stelde op grond van de uitkomsten een ‘barometer’ op. Deze barometer staat wat het spoorvervoer betreft nog steeds op ‘slecht weer’.

Spoorstakingen

Zo ziet 78% van de verladers nog altijd weinig in spoorvervoer als zodanig. Het negatieve oordeel heeft ook te maken met de spoorstakingen in Frankrijk in het voorjaar van 2018. Volgens 41% van de ondervraagden komt het niet tegemoet aan de behoeften van de klanten.

Slechts een kwart van de deelnemers aan het onderzoek kon melden dat spoorbedrijven hun aanbod afgelopen jaar hadden vernieuwd, bijvoorbeeld door geautomatiseerde gegevens te verstrekken over de plaats waar en de toestand waarin lading zich bevond.

Energieprijs

Van de verladers en andere spoorklanten maakte vorig jaar 68% wel meer gebruik van gecombineerd vervoer, vooral voor het transport van hout en papier, trailers en metaalproducten. De belangrijkste reden is dat chauffeurs schaarser worden en het dus aantrekkelijker wordt om voor transporten over lange trajecten gedeeltelijk de trein te gebruiken.

Ook de oplopende energieprijzen spelen een rol, zeggen de onderzoekers. Ze dichten daarom gecombineerd vervoer voor de komende paar jaar een goede toekomst toe. Wat verladers betreft staat het shortsea-vervoer hierbij het beste aangeschreven.

Dat geldt uiteraard voor transporten die voor een belangrijk deel over zee kunnen worden uitgevoerd. Shortsea scoort in dat geval beter dan de combinatie wegvervoer-binnenvaart en wegvervoer-spoor. Voor het klassieke spoorvervoer, met relatief lange goederentreinen, staan de seinen in feite op rood.