Dit opvallende standpunt lichtte Maja Bakran Marcich toe tijdens het Congres De Nieuwe Zijderoute op 27 september in Tilburg. Bakran Marcich is adjunct-directeur-generaal van het directoraat-generaal Mobiliteit en vervoer van de Europese Commissie,

Volgens haar besteedt de Europese Commissie in het bijzonder aandacht aan het BRI om ervoor te zorgen dat dit niet strijdig is met de belangen en waarden van de EU. Zusterblad RailFreight had een interview met de EU-vertegenwoordiger.

In hoeverre wil de EU deelnemen aan het Belt and Road-initiatief?

We zouden met China kunnen samenwerken om het BRI beter te maken. We volgen de ontwikkelingen, maar nemen er geen deel aan en zijn niet direct verbonden aan het project. De EU heeft een eigen transportbeleid, ook bekend als het TEN-T-beleid. Dat staat voor Trans-European Transport Network. Ons belangrijkste doel is om de implementatie daarvan te promoten in de EU, maar ook daarbuiten, met name in onze naburige partnerlanden. Het is daarom ontzettend belangrijk, in deze context, om ideeën uit te wisselen wat betreft onze plannen en programma’s. Zo kunnen we garanderen dat BRI en TEN-T elkaar treffen.

Het EU-China Connectivity Platform, een van de pijlers van de samenwerking met China, biedt de gelegenheid om te wijzen op de regels die van toepassing zijn in de EU bij de financiering van een infrastructuurproject, zoals openbare aanbestedingen, mededingingsrecht en het milieu. Verder heeft de Commissie de ‘EU-Azië-connectiviteitsstrategie’ gecommuniceerd, gericht op het bevorderen van een inclusieve aanpak voor de ontwikkeling van langeafstandsverbindingen met Azië. Deze strategie is gebaseerd op onze visie op de ontwikkeling van vervoersinfrastructuur.

Hoe beïnvloedt dit Europese projecten zoals de TEN-T-corridors? CEF-fondsen?

Als we het over financiering hebben, zou ik de vraag liever willen omdraaien: hoe kunnen de EU en China samenwerken, uiteraard op een eerlijke en transparante manier, bij de financiering van cruciale TEN-T-projecten? Dit is wat we doen in het kader van het EU-China-connectiviteitsplatform. Project- en financieringsamenwerking vormen de kern van onze discussies: het omvat TEN-T-projecten in de EU en in de buurlanden, maar ook projecten in China.

Wat betreft de invloed van het BRI op TEN-T-corridors, denk ik dat we inderdaad de mogelijke impact van toegenomen volumes op langeafstandsspoorwegverbindingen tussen Europa en Azië moeten beoordelen. Het is niet uitgesloten dat wij aanpassingen in de prioriteiten van het TEN-T netwerk aanbrengen (de herziening is gepland voor 2023) om een toename van de verkeersstroom op te vangen.

Welke bezwaren heeft de Commissie ten aanzien van het BRI?

Enkel op infrastructuur concentreren, leidt niet altijd tot economische groei. Dat geldt vooral voor fragiele landen, en met name wanneer leningen de belangrijkste bron voor financiering zijn. Op schulden gebaseerde investeringen zijn geen redelijke optie voor de meeste landen op het Aziatische continent, maar ook voor landen die dichter bij de EU liggen. De nadruk moet liggen op duurzame projecten, terwijl de BRI-benadering de indruk wekt dat het alleen maar gaat om de omvang van de projecten, en niet om hun economische en sociale nut.

Bovendien zijn transparante en niet-discriminerende aanbestedingen in dit geval de beste manier om de kosteneffectiviteit te waarborgen en het risico op verduistering van geld te verminderen. Het is verbazingwekkend dat 89% van de door China gefinancierde projecten aan Chinese bedrijven wordt gegund. Slechts 7% wordt aan lokale aannemers uitbesteed. Als projecten worden gefinancierd via multilaterale banken (Wereldbank, Asian Development Bank), is het aandeel van lokale contractanten meer dan 40%.

Welke invloed hebben deze bezwaren op het beleid?

Ik denk dat een slimme en proactieve benadering van het BRI nodig is, en dit is precies wat we proberen te implementeren via het EU-China-connectiviteitsplatform. Afgezien van de algemene duurzaamheid van de projecten, in overeenstemming met de beginselen die drie jaar geleden zijn vastgelegd op de klimaatconferentie van Parijs, moet het BRI niet alleen infrastructuurprojecten maar ook efficiënt vervoer bevorderen.

Dit betekent dat we kijken naar energie-efficiënte oplossingen aan de Nieuwe Zijderoute. Dit betekent ook dat we kijken naar het economische model van deze langeafstandsdiensten, met name die over land. Het opnieuw in balans brengen van de vervoersstromen en het beoordelen van manieren om het vervoer over land eenvoudig haalbaar te maken, is daarom een prioriteit bij onze besprekingen met China.

Hoe kan de samenwerking tussen China en de EU worden verbeterd? Wat moet worden gedaan en door wie?

Zoals bij alle samenwerking zijn er dingen die beter kunnen. Dat gaat stapsgewijs. We willen China duidelijk maken dat het noodzakelijk is om volledig in lijn te zijn met ons TEN-T-beleid en onze prioriteiten bij het plannen of financieren van projecten in Europa en de naburige landen. In deze context moet de bevordering van het TEN-T-beleid een prioriteit zijn in onze besprekingen. Dit is niet alleen een doelstelling van de Commissie, het moet ook de lijn zijn die onze lidstaten volgen bij onderhandelingen met China in bilaterale of multilaterale kaders, zoals het 16 + 1-initiatief.

Tot slot gaat de nauwere samenwerking met China ook gepaard met de uitvoering van afspraken over zaken als transparantie, een gelijk speelveld, vrije en open handel en het respecteren van internationale normen. We zijn nog ver van een optimale situatie, maar we werken hard om China ervan te overtuigen dat dit een belangrijk aspect van onze samenwerking is. Dit zou gunstig zijn voor beide partijen en voor de landen daartussenin.