Die twee projecten gaan samen 1,1 miljard kosten, 250 miljoen meer dan in het oorspronkelijke budget van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS, spoorboekloos rijden) was gereserveerd. Ze gaat binnen dat budget ook nog op zoek naar andere ‘optimaliseringsmogelijkheden’.

Een woordvoerder van I en M laat weten dat ‘we samen met de betrokkenen nader gaan uitwerken waar we precies minder gaan doen aan goederenemplacementen’. Volgens haar is al wel duidelijk dat er minder uitbreiding nodig is gezien de geringere groei van het goederenvervoer.

Door het uitstel van de Goederenroute Oost-Nederland tot minstens 2020 valt er overigens geen geld vrij binnen het PHS-budget, dat ruim vier miljard omvat. Mansveld heeft begin vorig jaar bij de bezuinigingen op het Infrastructuurfonds al besloten dat er slechts ruimte komt voor één extra goederentrein per richting per uur in plaats van twee. Dat leidde toen al tot een bezuiniging.

Voor het traject Meteren-Boxtel is nu 703 miljoen euro gereserveerd, 128 miljoen meer dan aanvankelijk voorzien. Daarmee wordt onder meer de spoorboog (afslag) Meteren tussen de Betuweroute en de lijn Utrecht-Den Bosch en de verdiepte ligging van het spoor bij Vught aangelegd. De provincie Noord-Brabant en de betrokken gemeenten dragen 148 miljoen aan dit programma bij.

De uitbreiding van de capaciteit van Amsterdams CS gaat 431 miljoen kosten, 126 miljoen meer dan aanvankelijk begroot. Het station moet straks 59 passagierstreinen per richting per uur gaan verwerken, bijna twee keer zoveel dan nu. Daarnaast blijft er ruimte voor het goederenvervoer via het hoofdstedelijke station.

Daartoe wordt bij Uitgeest een 750 meter lang wachtspoor aangelegd, waardoor passagierstreinen goederentreinen kunnen inhalen. Volgens Mansveld is dat ‘een toekomstvaste keuze die past bij het internationale goederenvervoer’.

Een besluit over de aanleg van een bufferspoor in het Amsterdamse havengebied (bij de Contactweg of bij de ‘achterdeur’ van de Aziëhaven) stelt ze nog even uit. Ze wil die plannen eerst verder uitwerken en dan eind dit jaar de knoop doorhakken. Dat gebeurt in het kader van de ‘herijking’, ofwel het tegen het licht houden van alle spoorprojecten die nog in de pijplijn zitten.