Daarin dreigt prioriteitsverlaging voor het goederenvervoer ten opzichte van het passagiersvervoer. Volgens KNV valt te verwachten dat de goederenvervoerders voor hun ritten ongunstigere tijdstippen krijgen toegewezen, waardoor het spoor minder aantrekkelijk kan worden voor verladers. Volgens de organisatie is dat ‘volledig in tegenspraak’ met de onlangs vastgestelde Lange Termijn Spoor Agenda (LTSA) van staatssecretaris Mansveld.

Daarin staat dat het spoornet door de groei van het reizigersvervoer de grens van zijn capaciteit binnenkort bereikt. Volgens KNV dreigt het kabinet nu om het goederenvervoer aan de kant te zetten ten gunste van het passagiersvervoer. Directeur Ad Toet noemt dat ‘roekeloos’: ‘Zo’n verregaande beslissing kan je niet nemen zonder eerst over de consequenties na te denken’.

De goederenvervoerders willen juist meer prioriteit en pleiten voor een ‘hardheidsclausule’: bij een conflicterende aanvraag moet ook gekeken worden naar de bedrijfseconomische gevolgen van een afwijzing. KNV wijst er op dat de aanleg van het ‘derde spoor’ in Duitsland de komende jaren voor een bijzondere situatie zorgt op het spoornet in Nederland omdat er dan minder treinen over de Betuweroute kunnen. Volgens Toet is ‘de enige echte oplossing de aanleg van meer spoor’.